Jongvolwassenen en hun ouders

Het opgroeien in armoede vergroot de kans op armoede op latere leeftijd (Gaiaux 2011). Een kind dat meer dan de helft van zijn of haar kindertijd in armoede leeft, heeft meer dan 40 procent kans om ook in armoede te leven wanneer hij of zij 35 jaar is (Carr & Weimers 2016). Armoede wordt dan generatie op generatie doorgegeven. In hoeverre hebben de Veenkoloniën te maken met deze generatiearmoede? Om dat na te gaan is gekeken in hoeverre de ouders van arme jongvolwassenen ook in armoede leven. Het inkomen van de jongvolwassenen is vergeleken met het inkomen van hun ouders. De gegevens zijn gebaseerd op microdata van het CBS.

In het kort

  • In de Veenkoloniën hebben de ouders van jongvolwassenen met een laag inkomen, zelf ook vaak een laag inkomen.
  • Door de jaren zien we dat het aandeel arme vaders en moeders sterker toeneemt in de groep arme jongvolwassenen dan in de totale groep jongvolwassenen in de Veenkoloniën.

Ouders van ‘arme’ jongvolwassenen zijn zelf ook vaker arm

Om zicht te krijgen op de overdracht van armoede van de ene generatie op de andere, is het inkomen van de jongvolwassenen vergeleken met het inkomen van hun ouders. We zien dat een aanzienlijk deel van de ouders van jongvolwassenen met een laag inkomen, zelf ook moeten rondkomen van een laag inkomen. In 2016 hadden een kwart van de vaders (25,8%) en meer dan een derde van de moeders (36,7%) van de jongvolwassen in armoede, zelf ook een laag inkomen. En daarmee een groot risico op armoede.

Bij de volledige groep jongvolwassenen in de Veenkoloniën ligt dit anders: nog geen 6% van de vaders en 8% van de moeders hadden een laag inkomen (in 2016). We kunnen dan ook stellen dat ‘arme’ jongvolwassenen vaker ‘arme’ ouders hebben. Of in andere woorden, de kans is groot dat armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Ontwikkelingen door de tijd

Door de jaren neemt het aandeel vaders en moeders met een laag inkomen sterker toe in de groep arme jongvolwassenen dan in de totale groep jongvolwassenen in de Veenkoloniën. In 2011 was bijvoorbeeld 28% van de moeders van arme jongvolwassenen ook arm; in 2016 was dat bijna 37%. Voor de vaders was dat 21% in 2011 en bijna 26% in 2016. Voor de totale groep 22-26 jarigen in de Veenkoloniën was deze groei minder sterk.

Dit komt overeen met eerdere onderzoeken. Guiaux (2011) toonde bijvoorbeeld aan dat het opgroeien in een gezin met weinig inkomen de kans verhoogt dat men jaren later opnieuw in die situatie terechtkomt. De duur van de armoede maakt eveneens uit: voor kinderen die in hun jeugd langdurig arm waren, is de kans op armoede als volwassene groter.

Literatuur

Carr, M., & Wiemers, E. E. (2016). The decline in lifetime earnings mobility in the US: Evidence from survey-linked administrative data. Washington, DC: Washington Center for Equitable Growth.

Gaiaux, M. (2011). Voorbestemd tot achterstand: armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.