Vervoersarmoede probleem voor kwetsbare groep Groningers

27 maart 2018

De beschikbaarheid van goed vervoer is niet voor iedere Groninger vanzelfsprekend. Regelmatig worden er in de krant zorgen geuit over het verschraling van het openbaar vervoer, waardoor voorzieningen mogelijk moeilijker te bereiken zijn (RTV Noord, 2017). Uit onderzoek onder het Groninger Panel blijkt dat veel Groningers een auto hebben en dat ze nauwelijks vervoersproblemen ervaren. Toch is er een kleine groep die wel problemen ervaart. Het is voor hen lastig om werk te zoeken of een sociaal leven te onderhouden omdat ze niet bij afspraken kunnen komen. Er is dan sprake van vervoersarmoede, die vaak gepaard gaat met andere soorten armoede. We lichten hieronder enkele groepen uit die vervoersarmoede ervaren.

Vervoersarmoede

Er is sprake van vervoersarmoede wanneer iemand niet in staat is om zich op ieder moment van de dag over grotere afstanden te verplaatsen. Deze mensen hebben bijvoorbeeld geen of minder toegang tot een auto, het openbaar vervoer of andere vervoersmiddelen. Deze middelen kunnen te weinig beschikbaar zijn, of niet op momenten waarop ze nodig zijn, bijvoorbeeld ’s avonds laat of vroeg in de ochtend. Als mensen aangeven afspraken te moeten missen vanwege een gebrek aan tijd of geld, voorzieningen niet kunnen bereiken, vervoersproblemen hebben of zichzelf onvoldoende mobiel beschouwen, is er een grote kans dat ze vervoersarm zijn. Vervoerarmoede kan zowel op het platteland als in de stad een grote impact op het dagelijks leven van Groningers hebben.

Onder de leden van het Groninger panel blijkt dat slechts een kleine groep vervoersarmoede ervaart. Slechts 2% van de Groningers beschouwt zichzelf als onvoldoende mobiel. Dit lijkt een klein percentage, maar de provincie Groningen omvat ruim 580.000 inwoners, waardoor 2% neerkomt op meer dan 10.000 inwoners die moeite hebben om naar afspraken te gaan, of om voorzieningen te bereiken.

Vervoersarmoede niet groter in krimpgebieden

Door bevolkingskrimp staan voorzieningen in bepaalde delen van de provincie onder druk. Ze sluiten, of verplaatsen zich van kleinere dorpen naar de grotere plaatsen (NOS, 2017). Hierdoor worden de gemiddelde afstanden tot voorzieningen groter. De verwachting is daarom dat vervoersarmoede vaker voorkomt in krimpgebieden. In dit onderzoek is daar geen bevestiging voor gevonden. De verschillen in de ervaren vervoersproblemen bij het bereiken van voorzieningen zijn zo klein dat er niet gezegd kan worden dat mensen in krimpgebieden vaker vervoersarmoede ervaren dan inwoners van niet-krimpende gebieden.

Bron: Groninger Panel, 2014

Er is wel verschil gevonden tussen verschillende dorpstypen. De verwachting was dat mensen in steden nauwelijks vervoersarmoede ervaren en mensen in kleine en afgelegen dorpen meer vervoersarmoede hebben dan inwoners van grote dorpen en dorpen dichtbij de stad. Deze verwachting komt deels overeen met de gevonden resultaten. Zoals in onderstaand figuur te zien is, ervaren de inwoners van kleine dorpen vaker problemen met het bereiken van voorzieningen dan inwoners van grotere dorpen. Daarbij maakt de afstand tot de stad verschil: hoe dichter bij de stad, hoe minder vaak problemen worden ervaren. Opvallend is dat onder leden van het Groninger Panel die in de stad wonen vaker sprake van ervaren vervoersarmoede is dan onder inwoners van grote dorpen.

Bron: Groninger Panel, 2014

Vervoersarmoede onder meer kwetsbare Groningers

Persoonlijke kenmerken hangen samen met vervoersarmoede. Zo kunnen mensen met minder inkomen zich soms geen auto of vervoersbewijs voor het openbaar vervoer veroorloven. In dit onderzoek is daarom gekeken of mensen met en zonder betaald werk hun ervaren mobiliteit anders waarderen. Wanneer men betaald werk heeft, biedt dat namelijk meer mogelijkheden voor de aanschaf van een auto en is de kans groter dat het openbaar vervoer betaalbaar is. Het blijkt dat leden van het Groninger Panel die niet werken hun ervaren mobiliteit lager waarderen dan mensen die wel werk hebben.

Bron: Groninger Panel, 2014

Voor sommige mensen is er een grotere noodzaak om mobiel te zijn, bijvoorbeeld als ze kinderen hebben. In éénoudergezinnen kunnen hierdoor extra problemen ontstaan, omdat deze ouders er alleen voor staan. Dat betekent vaak dat zowel de financiële mogelijkheden, als de tijd om alles te regelen binnen het huishouden beperkt zijn. Uit dit onderzoek blijkt inderdaad dat éénoudergezinnen vaker problemen ervaren om bij voorzieningen te komen dan andere typen huishoudens.

Bron: Groninger Panel, 2014

Niet ouderen maar jongeren meer kans op vervoersarmoede

Bij zorgen over krimp horen ook zorgen over vergrijzing. Jongeren trekken weg en ouderen blijven achter. Door het verdwijnen en concentreren van voorzieningen ontstaan er zorgen dat ouderen vervoersarm worden. Uit onderstaand figuur blijkt juist het tegenovergestelde. Ouderen in het Groninger Panel lijken juist minder vervoersarm te zijn dan de andere leeftijdsgroepen, terwijl de jongste leeftijdsgroep meer problemen ervaart. Dit bevestigt eerdere onderzoeksresultaten van SCOOP Zeeland (2016) waaruit bleek dat vooral jongeren afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Ook het CBS bracht een rapport uit dat concludeerde dat ouderen steeds langer mobiel blijven, omdat ze vaker en langer een auto bezitten. Jongeren beginnen juist steeds later met het kopen van een auto en zijn daardoor in grotere mate afhankelijk van het openbaar vervoer of de fiets.

Bron: Groninger Panel, 2014

Conclusie

De meeste Groningers ervaren geen vervoersarmoede. Voor een kleinere, maar al kwetsbare groep is dit wel het geval. Deze groep heeft meer problemen dan alleen het bereiken van voorzieningen. Er is namelijk te zien dat mensen zonder betaald werk, die een éénoudergezin vormen, en geen auto of fiets hebben, aangeven de grootste problemen te hebben met vervoer. Die groepen mensen kennen dus een opstapeling van problemen. Mensen in een éénoudergezin moeten vaak rondkomen van minder geld, en hebben minder tijd om te reizen. Als diegenen dan ook nog eens geen betaald werk hebben, wordt het nog moeilijker om op pad te gaan. Daarnaast werd duidelijk dat het vaker jongeren dan ouderen zijn die te maken hebben met vervoersarmoede. Het onderzoek bracht verder aan het licht dat het met vervoersarmoede onder ouderen meevalt en dat er in krimpgebieden niet vaker vervoersarmoede wordt ervaren dan in niet-krimpende delen van de provincie.

Om de leefbaarheid in kleine afgelegen dorpen te behouden, moet goed gekeken worden naar hoe mensen zich kunnen blijven verplaatsen wanneer dit nodig is. Dit is noodzakelijk om voorzieningen te bereiken, waaronder zorg, werk en opleiding, maar ook voor het sociale leven. Hierbij is het noodzakelijk om het openbaar vervoer goed bereikbaar te houden, maar zijn buurtinitiatieven die vervoer aanbieden ook een belangrijke ontwikkeling die gestimuleerd dient te worden.

Over het onderzoek: Deze publicatie is een samenvatting van het onderzoek “(Niet) Stilstaan met Krimp” dat door Clara Stuij van de Radboud Universiteit is verricht in opdracht van de Provincie Groningen.

Om vervoersarmoede concreet te maken is gekeken naar het cijfer dat leden van het Groninger Panel geven voor hun eigen mobiliteit (0-10) en hoe vaak mensen problemen ervaren om bij voorzieningen (grote supermarkt, buurtwinkel, school/studie, huisarts, dorpshuis/wijkcentrum, bibliotheek, sportvereniging en pinautomaat) te komen. Om te bepalen of er verschil zit in vervoersarmoede tussen verschillende groepen is gebruik gemaakt van multiple regressieanalyse waarin de volgende variabelen zijn opgenomen: mobiliteitscijfer, bereiken van voorzieningen, ervaren problemen vervoer, herkenning mobiliteitsproblemen, krimpgebied, geslacht, opleiding, leeftijd, hebben van werk, huishoudensamenstelling, dorpstype, rijbewijsbezit, autobezit, fietsbezit, andere vervoersmiddelenbezit.

Verder lezen

SCOOP (2016) Onderzoek naar vervoersarmoede: bevindingen – studenten van het MBO Geraadpleegd via https://www.dezb.nl/dam/planbureau/bestanden/publicaties/2017/vervoersarmoede-mbo-studenten.pdf

RTV Noord (2017) Bus naar Stad duurt ruim twee uur; Westerwolde wil beter openbaar vervoer. 21 april 2017. Geraadpleegd via http://www.rtvnoord.nl/nieuws/177144/Bus-naar-Stad-duurt-ruim-twee-uur-Westerwolde-wil-beter-openbaar-vervoer

NOS (2017) Steeds meer dorpen zonder winkel, maar ‘dat is niet het einde’. Geraadpleegd via http://nos.nl/artikel/2159465-steeds-meer-dorpen-zonder-winkel-maar-dat-is-niet-het-einde.html

CBS (2017) 65-plussers met meer auto’s en kilometers op de weg. Cbs.nl, 22 februari 2017. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/08/65-plussers-met-meer-auto-s-en-kilometers-op-de-weg