Tussenevaluatie: Nationaal Programma Groningen boekt lokaal resultaat, maar inhaalslag blijft nog uit
Geschreven op 30 mei 2026
“Hoewel er positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn, is er nog geen duidelijke inhaalslag op het gebied van brede welvaart ten opzichte van vergelijkbare Nederlandse regio’s.”
Nationaal Programma Groningen zorgt voor beweging in de regio en levert lokaal goede resultaten. Er zijn veel waardevolle en kwalitatief sterke projecten uitgevoerd. Dat blijkt uit de tussenevaluatie die gaat over de periode 2019 tot en met 2024. Tegelijk laat de evaluatie zien dat de manier waarop het programma is ingericht de verwachte structurele bijdrage aan de ambities beperkt. Projecten en deelprogramma’s staan vaak op zichzelf. Daardoor is er weinig samenhang en wordt er op het niveau van het totale programma minder van elkaar geleerd dan mogelijk is. Hoewel er positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn, is er nog geen duidelijke inhaalslag op het gebied van brede welvaart ten opzichte van vergelijkbare Nederlandse regio’s.
Nationaal Programma Groningen werkt aan de toekomst van de provincie Groningen. Het programma bestaat sinds 2019 en loopt tot 2030. Het Rijk stelde hiervoor 1,18 miljard euro beschikbaar. De doelen zijn het verbeteren van de brede welvaart van inwoners en het versterken van het imago van Groningen. In 2025 liet het bestuur een tussenevaluatie uitvoeren door KplusV, Aletta Advies en Sociaal Planbureau Groningen. Daarbij is gekeken of het programma op koers ligt en wat dit betekent voor de resterende looptijd.
Bekijk de tussenevaluatie van Nationaal Programma Groningen
Belangrijkste bevindingen
Naast de waardering voor de kwaliteit van de projecten en het spanningsveld tussen lokale programma’s en de samenhang op programmaniveau wijst de evaluatie op een aantal belangrijke aandachtspunten:
- Inhaalslag blijft uit: de brede welvaart in Groningen is op veel punten verbeterd, maar blijft achter bij vergelijkbare gebieden in Nederland.
- Sterke focus op pilots: veel inspanningen bestaan uit onderzoeken en pilots, die zonder opvolging en opschaling nog onvoldoende leiden tot structurele effecten op de brede welvaart.
- Beperkte financiële hefboomwerking: extra middelen worden vooral lokaal en regionaal aangetrokken, een gezamenlijke strategie om verschillende geldstromen te verbinden en daarmee aanvullende middelen aan te trekken ontbreekt nog.
- Leren blijft op projectniveau: lessen worden opgedaan binnen projecten, maar niet structureel benut op programmaniveau.
- Externe factoren: inflatie, stijgende bouwkosten en personeelstekorten zorgen voor vertraging in de uitvoering.
Adviezen voor de resterende looptijd
Om de impact van Nationaal Programma Groningen te vergroten, adviseert het consortium onder andere om:
- een samenhangende investeringsstrategie te ontwikkelen voor de resterende middelen en deze af te stemmen met andere programma’s, zoals de Sociale en Economische Agenda van Nij Begun;
- de ondersteuningsinfrastructuur te versterken om uitvoeringsrisico’s, zoals vertraging door personeelstekorten, te beperken;
- een centrale structuur in te richten voor programmatisch leren, zodat lessen uit de praktijk leiden tot tijdige bijsturing.
Het bestuur van Nationaal Programma Groningen gaat de komende tijd aan de slag met de bevindingen en adviezen. Daarbij wordt gekeken wat in de laatste jaren van het programma realistisch en haalbaar is. De opgedane lessen worden meegegeven aan de Sociale en Economische Agenda van Nij Begun en andere betrokken organisaties in de regio. De gesprekken hierover zijn al gestart. Daarnaast krijgt een groot aantal projecten dat is gestart onder Nationaal Programma Groningen een vervolg in deze agenda’s van Nij Begun.