Samenvatting rapport ‘Regionale verschillen geduid’

11 september 2017

Opvallend is dat in alle regio’s uitgebreid stilgestaan is bij de regionale eigenheid en cultuur, die mede gevormd is door de economische geschiedenis en aanwezige religieuze en politieke tradities.

deel dit bericht

In het voorjaar van 2016 verscheen de SCP-studie Overall rapportage sociaal domein 2015, waarin de eerste monitoringresultaten zijn gepresenteerd van de drie grote decentralisaties die het Rijk de afgelopen jaren heeft ingezet: de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Daarin werden verrassend grote regionale verschillen gevonden in het gebruik van verschillende sociaal domeinvoorzieningen. Opvallend is met name dat in verschillende gebieden die kampen met bevolkingsdaling zich een aanzienlijke afwijking van het landelijk gemiddelde aftekent – ook na correctie voor demografische en sociaaleconomische verschillen

Om inzicht te krijgen in factoren die de door het SCP gevonden verschillen zouden kunnen verklaren, voerde Platform31 in nauwe samenwerking met de provinciale kennisinstellingen Fries Sociaal Planbureau, Sociaal Planbureau Groningen, CMO STAMM en Neimed een kwalitatieve verkenning uit in de krimpregio’s Noordoost-Friesland, Noordoost-Groningen, Oost-Drenthe en Zuid-Limburg. Eind 2016 is in elke regio een rondetafelgesprek gehouden met lokale beleidsmakers, vertegenwoordigers van uitvoeringsorganisaties en experts. In een open gesprek zijn ze uitgenodigd om te reflecteren op mogelijke verklaringen voor het geconstateerde hoge voorzieningengebruik in de vier regio’s. Door met hen gesprek te gaan is een verbinding gemaakt tussen de door het SCP verzamelde statistische gegevens en inzichten en verhalen uit de dagelijkse praktijk.

Verklaringsrichtingen

Uit de vier rondetafelgesprekken laten zich zes verklaringsrichtingen destilleren, die elkaar deels overlappen. De verklaringen worden toegeschreven aan contextfactoren – zowel culturele (historische), economische als fysiek-ruimtelijke – aan institutionele factoren (gedrag betrokken instituties), aan kenmerken van de bevolking en aan de beperkingen van het gebruikte statistische materiaal.

Het gaat om de volgende zes verklaringsrichtingen:

  1. Statistische verklaringen
  2. Culturele context
  3. Economische context
  4. Institutionele context
  5. Fysieke context
  6. Kenmerken van de bevolking

Uitkomsten

Opvallend is dat in alle regio’s uitgebreid stilgestaan is bij de regionale eigenheid en cultuur, die mede gevormd is door de economische geschiedenis en aanwezige religieuze en politieke tradities. Daarnaast is gewezen op het feit dat in deze gebieden sprake is van een (toenemende) concentratie van kwetsbare huishoudens, met een grote afhankelijkheid van zorg- en ondersteuningsstructuren tot gevolg. Voorts lijkt het hoge verbruik van sociaal domeinvoorzieningen ook samen te hangen met institutionele factoren. De uitkomsten van dit exploratieve onderzoek dienen als bouwsteen voor een kwantitatieve verdiepende studie die het SCP in 2017 over dit onderwerp zal uitvoeren.

deel dit bericht

meer informatie

Marja Janssens

Marja Janssens

onderzoeker

06 127 478 28
m.janssens@sociaalplanbureaugroningen.nl

Martin Bakker

Martin Bakker

onderzoeker

06 528 886 96
m.bakker@sociaalplanbureaugroningen.nl

gerelateerd