Ervaringen inwoners

Wanneer mensen binnen een gebied de zorg die ze willen ontvangen niet bereikbaar of beschikbaar is, kan dit gevolgen hebben voor hun gezondheid. Zowel de afstand tot een zorgvoorziening, als de beschikbaarheid van een bepaalde (medisch) specialist kunnen een rol spelen in hoe mensen de zorg ervaren. We vragen de inwoners van Groningen regelmatig  hoe zij de bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorg in hun directe omgeving ervaren. Hier presenteren we de resultaten van de laatste uitvraag van het Groninger Panel (2017). 

In het kort

  • Ongeveer 21 % ontvangt hulp en ondersteuning uit directe omgeving, 65% gebruikt zorg (in het afgelopen jaar).
  • De meerderheid van de inwoners van Groningen bereikt de zorg die hij/zij nodig heeft.
  • De meerderheid van de inwoners van Groningen weet hoe ze de zorg moeten bereiken.

Ontvangen van hulp, ondersteuning en zorg

Ongeveer een op de vijf Groningers ontvangt hulp of ondersteuning in zijn of haar omgeving. 76 procent ontving geen hulp of ondersteuning in het laatste jaar. Van de mensen die hulp of ondersteuning ontvingen, kwam dit vooral van de partner en kinderen of overige familieleden en vrienden. De hulp wordt dan wel met regelmaat ontvangen.

Meer Groningers maakten gebruik van zorg, 65 procent gaf aan het afgelopen jaar zorg te hebben gebruikt, van verschillende medisch specialisten.  De ondervraagden die zorg gebruikten, gaven aan vooral gebruik te maken van de huisarts en medisch specialist en in mindere mate van de psycholoog of psychiater.

Merendeel Groningers ontvangt de zorg die ze wilden ontvangen

Om de toegang tot zorg te onderzoeken hebben we de panelleden gevraagd of ze zorg nodig hadden in het afgelopen jaar en of ze die zorg ook hebben ontvangen.

Onder de ondervraagden blijkt 45 procent afgelopen jaar geen zorg nodig te hebben gehad. De overige 55 procent had wel zorg nodig in het afgelopen jaar. Onder de groep die zorg nodig had zijn meer vrouwen (55,1%) dan mannen (45,1%). Ook mensen met een lager opleidingsniveau geven vaker aan dat ze zorg nodig hadden. Als we inzoomen op de groep ondervraagden die aangeeft zorg nodig te hebben gehad, ontving 94 procent deze zorg ook daadwerkelijk en 6 procent van de mensen ontving de benodigde zorg niet. We moeten hierbij rekening houden dat de panelleden zelf beoordelen wat de ‘benodigde zorg’ is.

Van de inwoners van Groningen die niet de benodigde zorg ontvangen, noemt ruim 1 op de 4 als reden dat ze de kosten niet kunnen betalen. Iets minder dan de helft van de mensen die niet de benodigde zorg ontvangen, geeft aan dat er een andere reden voor is. Onvoldoende bereikbaarheid komt sterk naar voren als een belemmering. Panelleden geven bijvoorbeeld aan dat ze het lastig vinden de juiste hulpverlener te bereiken voor hun zorgvraag. Ook ontbreekt het volgens panelleden aan samenwerking, door verkokering in de zorg of gebrek aan communicatie, waardoor ze het gevoel hebben de zorg niet goed te kunnen bereiken.

Lid Groninger Panel (2017): “Het ziekenhuis kan de zorg niet geven die ik nodig heb. Alternatieve genezers wel, maar die worden slecht vergoed.”

Lid Groninger Panel (2017): “Verkokering en tunnelvisie in de zorg, daardoor kan ik de juiste hulpverleners niet bereiken en als ik ze bereik werken ze langs elkaar heen.”

Inwoners van de provincie Groningen over de ontwikkelingen in de zorg

De panelleden van het Groninger Panel is ook gevraagd naar hun mening over de ontwikkelingen in de zorg. Ze hebben gereageerd op een aantal stellingen die gaan over de bereikbaarheid en beschikbaarheid van zorg. Hieruit blijkt dat tweederde van de panelleden wel weet welke zorg ze moeten bereiken wanneer ze zorg nodig hebben, maar dat er ook 16 procent van de panelleden het lastig vindt om te bepalen welke zorg ze kunnen ontvangen wanneer dat nodig is.

Dit kan deels komen omdat het zorgaanbod van professionals is verminderd. De panelleden zijn verdeeld over hoe zij de ontwikkelingen in het zorgaanbod in hun omgeving beoordelen. Ongeveer 1 op de 5 panelleden vindt dat het zorgaanbod van professionals is verminderd, terwijl ongeveer 1 op de 4 panelleden vindt dat het zorgaanbod niet is verminderd. Ongeveer 1 op de 3 panelleden heeft geen mening over het verminderen van zorgaanbod.

De panelleden die aangeven dat het zorgaanbod is verminderd wonen vaker op het platteland.

De afgelopen jaren is het overheidsbeleid meer op gericht dat mensen de behoefte hulp en ondersteuning meer in hun eigen omgeving  oplossen. Uit voorgaande blijkt dat 21 procent van de ondervraagden daadwerkelijk hulp en ondersteuning in de eigen omgeving ontvangt. De panelleden is ook gevraagd wat ze vinden van deze beleidsontwikkeling. Daaruit blijkt dat 58 procent het niet eens is met deze beleidsontwikkeling tegenover 17 procent die deze ontwikkeling wel een goed idee vindt.

gerelateerd

medewerkers