Weer meer Groningers positief over Wmo

19 juli 2018

Het Sociaal Planbureau Groningen heeft voor 13 Groningse gemeenten het cliëntervaringsonderzoek over 2017 uitgevoerd. Verreweg de meeste van de 4.088 Wmo-cliënten die hieraan deelnamen rapporteren positieve ervaringen. In vergelijking met vorig jaar is op alle verplichte items in het onderzoek sprake van een stijgende lijn.

Alle uitkomsten van het onderzoek zijn te bekijken op: clientervaringsonderzoek-wmo.nl/groningen. Elke deelnemende gemeente heeft hier een eigen pagina. Dit artikel gaat over de uitkomsten van de 13 gemeenten gezamenlijk.

Louter stijgende lijnen

In de onderstaande figuur zijn de ontwikkelingen op de tien items weergegeven die elke gemeente moet opnemen in het cliëntervaringsonderzoek. (Gebruik het pijltje rechts onder de jaartallen om andere items zichtbaar te maken). De figuur laat onder meer zien dat in 2017 87% van de Wmo-cliënten zich serieus genomen voelde door de medewerker die het (toegangs)gesprek voerde. In 2015 was dat nog 81%. De bekendheid van de cliëntondersteuning groeide één procentpuntje meer, maar toch wist slechts 29% van de Wmo-cliënten dat ze hiervan gebruik konden maken.

Het aandeel Wmo-cliënten dat juist geen positieve ervaringen heeft is klein. Bij de meeste items gaat het om minder dan 5%, maar 9% wist niet waar ze moesten zijn met hun hulpvraag en 7% werd niet snel geholpen. (Relatief veel mensen hebben de antwoordoptie ‘neutraal’ gekozen).

Het verhaal achter de cijfers

Voor vijf Groningse gemeenten heeft het Sociaal Planbureau dit jaar Wmo-cliënten geïnterviewd om meer zicht te krijgen op hun ervaringen. Vorig jaar werden met hetzelfde doel in vijf gemeenten groepsbijeenkomsten gehouden, met Wmo-cliënten of mantelzorgers. In de interviews en groepsbijeenkomsten kunnen de deelnemers kwijt wat hen bezighoudt. Ze zijn dan niet gebonden aan een vraagstelling die iemand anders heeft bedacht. Dat levert veel informatie op, die met de vragenlijst van het cliëntervaringsonderzoek niet naar voren komt. Ook al is de groep die meedoet niet representatief, het eigen verhaal van mensen levert – vaak meer dan het vragenlijstonderzoek – concrete aanknopingspunten op voor verbeteringen bij gemeenten, CAK, taxibedrijven, zorgaanbieders en andere betrokkenen.

Marian Feitsma, onderzoeker en adviseur bij het Sociaal Planbureau Groningen, was als (mede)uitvoerder bij de genoemde vervolgonderzoeken betrokken. Wie meer wil weten over de vraagstelling en gebruikte methoden kan bij haar terecht.