Jeugdcriminaliteit

In de adolescentie hoort het verkennen van grenzen tot het ‘normale’ opgroeigedrag. Jongeren zijn dan ook voor een groot deel verantwoordelijk voor de geregistreerde criminaliteit. De meeste jeugdige delinquenten hebben een korte (criminele) carrière. Wanneer de volwassenheid wordt bereikt stoppen zij met het plegen van delicten. Een klein deel is van het ‘persistente type’: deze groep begint de criminele carrière al vroeg (onder de 12 jaar), pleegt vaak delicten en blijft dit doen tot ver in de volwassenheid.

In het kort

  • In Groningen ligt het percentage jeugdige verdachten in 2015 een fractie boven het landelijk gemiddelde (3,6% tegenover 3,0%).
  • Het aandeel jeugdige verdachten in Groningen is de afgelopen 10 jaar fors afgenomen; van 10,8% in 2005 naar 3,6% in 2015.
  • Jeugdigen worden het vaakst verdacht van vermogensmisdrijven.

Minderjarigen steeds minder geregistreerd als verdachten

In 2005 werd 10,2% van de minderjarigen (12 tot 18 jaar) in de provincie Groningen door de politie als verdachte van een misdrijf geregistreerd. In 2015 was dit aandeel fors afgenomen tot 3,6%. Dit aandeel ligt een fractie boven het landelijk niveau (3,0%). Iemand wordt als verdachte van een misdrijf geregistreerd wanneer de politie een redelijk vermoeden heeft dat die persoon schuldig is aan het misdrijf.

In 2015 werden in de provincie Groningen 1.395 minderjarigen als verdachten geregistreerd, een daling van 65% in vergelijking met 2005. Landelijk was de afname 60% in deze periode. De afname van de geregistreerde jeugdcriminaliteit is niet alleen een (Noord-)Nederlands fenomeen. Ook in de meeste andere westerse landen zien we dezelfde trend. Een deel van de verklaring voor de afname ligt mogelijk in de opkomst van de smartphone en de populariteit van sociale media, die de (vrije)tijdsbesteding van jeugdigen hebben veranderd. Mogelijk zijn jongeren ‘meer met schermen bezig’ en brengen zij minder tijd door in het rondhangen op straat in (al dan niet problematische) jeugdgroepen.

Gemeenten vergeleken

De gemeenten Groningen en Haren hadden in 2015 percentueel de meeste jeugdige verdachten (6,4% en 6,6%). De gemeenten De Marne, Appingedam en Delfzijl volgen met respectievelijk 5%, 5% en 4,5% jeugdige verdachten ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen. Het aandeel jeugdige verdachten is in de afgelopen 10 jaar in alle Groninger gemeenten fors afgenomen. Deze daling is terug te vinden onder vrijwel alle soorten delicten. Jeugdigen worden het vaakst verdacht van vermogensmisdrijven.

Zeer opvallend is de stijging van het aantal jeugdige verdachten in 2015 ten opzichte van het jaar daarvoor in de gemeente Haren. Deze sterke toename heeft volgens de politie te maken met één specifieke drugszaak waar meerdere minderjarigen bij waren betrokken en zijn geregistreerd als verdachte. In de gemeente De Marne was in 2015 sprake van een sterke toename van het aantal vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde en gezag.

Kanttekeningen bij cijfers

In deze publicatie is gebruikgemaakt van politie- en justitiestatistieken. Het is belangrijk op te merken dat slechts een deel van de gepleegde delicten, naar schatting ongeveer een derde, bekend wordt bij de politie. Een deel van de gepleegde criminaliteit wordt immers niet door de burgers bij de politie aangegeven of niet door de politie opgespoord. Zo is er nog weinig zicht op de mate waarin jeugdigen online delicten plegen.

gerelateerd

deel deze pagina

gerelateerd

medewerkers