Tevredenheid woonomgeving

Hoe prettig het is om te wonen in een gebied, hangt onder meer af van de woonomgeving. Hoe fijn is het wonen in Groningen? Elke twee jaar leggen we enkele vragen hierover voor aan de leden van het Groninger Panel. De eerste uitvraag was in 2016. In 2018 hebben 2.225 Groningers opnieuw hun mening gegeven over de aantrekkelijkheid van hun woonomgeving.

In het kort

  • Veruit de meeste Groningers zijn tevreden met hun woonomgeving. Dit is terug op het landelijk niveau.
  • Inwoners van krimpgebieden en mensen met schade aan hun woning als gevolg van gaswinning zijn iets minder positief over hun woonomgeving.
  • Meeste Groningers tevreden over de hoeveelheid groen. Minder tevreden over de buitenvoorzieningen. Mensen vooral ontevreden over kwaliteit van wandel- en fietspaden in krimpgebieden.

Tevredenheid woonomgeving terug op landelijk niveau

Inwoners van Groningen zijn over het algemeen zeer tevreden met hun woonomgeving. Ruim acht op de tien Groningers wonen naar eigen zeggen in een aantrekkelijke woonomgeving. Landelijk WoOn-onderzoek (2019) laat zien dat dit percentage al jaren stabiel is, met een kleine dip in 2015. In 2018 is het percentage inwoners dat aangeeft tevreden te zijn met hun woonomgeving bijna weer op het niveau van 2012 en vergelijkbaar met het landelijk beeld.

 

In termen van een rapportcijfer geeft het Groninger Panel de leefbaarheid in de woonbuurt in 2018 gemiddeld een 7,7. Dit is vergelijkbaar met 2016. De panelleden in Drenthe en Friesland geven een vergelijkbaar cijfer voor de leefbaarheid (7,9 en 7,8). Lees hier meer over de waardering van de leefbaarheid.

Regionale verschillen aanwezig

Verdiepende analyses onder het Groninger Panel laten enkele regionale verschillen zien in de tevredenheid met de directe woonomgeving:

  • Inwoners van de krimpgebieden zijn hoofdzakelijk positief over de eigen woonomgeving, maar wel iets minder dan inwoners van niet-krimpgebieden (78% versus 86%).
  • We zien geen significant verschil in aantrekkelijkheid van de woonomgeving tussen mensen woonachtig in aardbevingsgebied en daarbuiten. Alleen mensen met schade aan hun woning als gevolg van de aardbevingen zijn iets minder positief over hun woonomgeving. Hoe zwaarder de schade, hoe minder aantrekkelijk ze hun dorp of wijk vinden (geen schade 86% tevreden over woonomgeving, lichte schade 83%, zware schade 77%).

De Groningse paradox?

De algemene gedachte is dat tevredenheid met de woonomgeving niet alleen afhankelijk is van gebiedsfactoren, maar ook van persoonlijke factoren, zoals sociaal-economische situatie en gezondheid. Uit verschillende lijstjes blijkt dat in Oost-Groningen de sociaal-economische problematiek zich stapelt. De inwoners zijn lager geschoold, vaker werkloos en zijn minder positief over de eigen gezondheid. Lage inkomens en risico op armoede gaan vaak samen met andere problemen zoals werkloosheid en slechte gezondheid. De verwachting is dan ook dat inwoners in Oost-Groningen minder tevreden zijn met hun woonomgeving. Echter, dit blijkt niet het geval. Ook inwoners in Oost-Groningen waarderen de leefbaarheid van hun woonbuurt hoog, gemiddeld met een 7,5.

In Friesland spreken ze al over de Friese paradox; Hoe kunnen een relatief lage welvaart en een relatief groot welzijn samengaan?

Een aantrekkelijke woonomgeving met veel groen

Groningers zijn over het algemeen positief over de woonomgeving. De meeste panelleden vinden dat ze in een aantrekkelijke omgeving wonen met voldoende groen (72%). Ook eerder onderzoek van Sociaal Planbureau laat zien dat veel inwoners van Groningen het groen en de rust en ruimte in de provincie waarderen. Groningen is dan ook een van de minst bebouwde provincies van Nederland. Negen procent van de totale oppervlakte van Groningen bestaat uit bebouwde ruimte (CBS).

Minder tevreden met buitenvoorzieningen

De buitenvoorzieningen in de woonomgeving, zoals onderhoud van wandel- en fietspaden, het groen en de buitenverlichting, zijn van invloed op de tevredenheid met de woonomgeving (Van Beuningen, 2018). Over het onderhoud van deze buitenvoorzieningen zijn Groningers minder tevreden. Meer dan twee op de tien Groningers was in 2018 ontevreden over het onderhoud van perken en plantsoenen (22%). In 2016 is het Groninger Panel hier niet naar gevraagd. De landelijke Veiligheidsmonitor laat zien dat Groningers in 2017 minder tevreden waren over onderhoud van perken en plantsoenen dan in 2012 (afname van 5 procentpunt). Ook zijn Groningers minder tevreden in vergelijking met landelijk gemiddelde. We zien geen regionale verschillen binnen de provincie Groningen.

Ook over het onderhoud van wandel- en fietspaden zijn Groningers kritisch. Een aanzienlijk deel van de Groningers is niet tevreden met het onderhoud van wandel- en fietspaden (25%). Ten opzichte van 2016 is er zelfs een stijging met 6 procentpunten. In krimpgebieden zien we dat inwoners nog iets vaker ontevreden zijn over onderhoud van wandel- en fietspaden (31% is ontevreden). In 2016 lag dit in de krimpgebieden ook al hoger dan in niet-krimpgebieden (2016: 27% versus 18% ontevreden).

gerelateerd

medewerkers