Samenleving

Samenleving

Voor de brede welvaart is het belangrijk dat iedereen kan deelnemen aan de samenleving. Het thema samenleving zegt iets over de mate waarin mensen zich thuis voelen in een gemeenschap. De aanwezigheid van goede sociale contacten met buurtbewoners draagt sterk bij aan de leefbaarheid van een buurt. Naast sociale contacten is het vertrouwen tussen mensen en ten opzichte van maatschappelijke instellingen en de overheid een aspect dat invloed heeft op de brede welvaart.

In het kort

  • Alhoewel de sociale contacten met familie, vrienden en buren goed wordt beoordeeld in Groningen en vergelijkbaar is met het landelijk beeld, ligt het vertrouwen in anderen en instituties beneden het landelijk gemiddelde. Het vertrouwen van Groningers heeft een flinke knauw opgelopen door de aardbevingen als gevolg van de gaswinning. In onderzoek van Gronings Perspectief onder het Groninger Panel zien we een gemiddeld laag vertrouwen in instituties die zich bezighouden met de schadeafhandeling (IMG) en de versterkingsoperatie (NCG).
  • Daarnaast doet ongeveer de helft van de Groningers vrijwilligerswerk, wat vergelijkbaar is met het landelijk gemiddelde. In Midden- en West Groningse gemeenten is de vrijwilligersgraad het hoogst, en het laagst is deze in Oldambt, waar 39% van de inwoners ouder dan 15 jaar vrijwilligerswerk doet.

Sociale contacten in de buurt

Mensen zijn gelukkiger en tevredener als ze vaker contact hebben met familie, vrienden en goede kennissen. Ook het contact met buren maakt verschil. Sociale contacten kunnen mensen ondersteunen in hun geluk, maar ook in hulp en ondersteuning bij gezondheidsproblemen, het versterken van hun weerbaarheid en verrijken van perspectieven, door het delen van ervaringen (Sociaal Planbureau Groningen, 2017). Wanneer mensen weinig sociale contacten in hun omgeving hebben, leidt dit vaker tot eenzaamheid (Winsemius et al., 2016 ).

Uit de Regionale Monitor Brede Welvaart blijkt dat het aandeel inwoners van Groningen dat minimaal één keer per week digitaal of ‘live’ contact heeft (72,6%) niet sterk afwijkt van andere regio’s (landelijk gemiddelde is 72,2%). Tussen 2012 en 2019 is het aandeel mensen dat wekelijks één contactmoment heeft met familie, vrienden of buren in Groningen gedaald van 75,7% tot 72,6%. In de oostelijke gemeenten ligt het aantal mensen dat in ieder geval een keer per week contact heeft met familie, vrienden of buren het hoogst. In Midden-Groningen en de gemeente Groningen is dit het laagst van de provincie, wat waarschijnlijk komt doordat dit contact in stedelijk gebied vaak minder is.

Groninger panel positief over sociale contacten in de buurt

Het Groninger Panel is in 2020 gevraagd naar de tevredenheid met sociale contacten; Groningers waarderen hun sociale contacten gemiddeld met een 7. In de context van de coronapandemie is dit behoorlijk stabiel vergeleken met 2018, toen een gemiddeld cijfer van een 7,1 werd gegeven. We zien een aantal verschillen tussen groepen. De sociale contacten worden in de stad iets lager beoordeeld dan op het platteland. Verder zijn jongeren iets minder tevreden over hun sociale contacten. Gezien het moment van vragen, is dit heel logisch. Oktober 2020 valt midden in de coronapandemie, waar jongeren in het bijzonder kampen met verminderde sociale contacten en gevoelens van eenzaamheid.

Dat Groningers over het algemeen positief staan tegenover de sociale contacten en samenhang blijkt ook uit een aantal stellingen die we ze hebben voorgelegd. Vergeleken met 2018 zien we nauwelijks verschillen. Zo voelt in 2018 meer dan 81% van de Groningers zich thuis in de eigen buurt, in 2020 geeft 79% van de inwoners dit aan. Ook ervaart 77% het als prettig hoe mensen in de buurt met elkaar omgaan, identiek met 2018. Dat er nauwelijks verschillen in deze percentages zijn midden in een coronajaar kan worden verklaard door de samenstelling. Wie in 2018 positief reageerde op de stelling ‘ik woon in een gezellig(e) dorp/wijk met veel saamhorigheid’ ziet nu veel vaker positieve effecten van ‘corona’ op saamhorigheid, onderlinge hulp of activiteiten dan Groningers die het in 2018 (helemaal) oneens waren met de stelling. Met andere woorden: de saamhorigheid is in coronatijd vooral toegenomen in dorpen en wijken waar al een goede saamhorigheidsbasis was (Sociaal Planbureau Groningen, 2021).

Eenzaamheid

Van alle volwassen Groningers voelt 43% zich in 2016 matig tot ernstig eenzaam, wat vergelijkbaar is met het aandeel in Friesland en Drenthe. Het percentage ernstig eenzame volwassenen (8,2%) is iets hoger dan eerdere jaren. Landelijk is het percentage volwassenen dat zich ernstig eenzaam voelt hoger dan in Groningen, namelijk 9,9%. Eenzaamheid is van alle leeftijden, maar 75-plussers zijn het vaakst eenzaam.

Eenzaamheid wordt gedefinieerd als het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde relaties. Eenzaamheid is een van de factoren die bepaalt hoe inwoners de leefbaarheid van een gebied ervaren. Burencontact, maar ook sociale activiteiten als sporten, kunnen eenzaamheid verminderen.

Impact coronapandemie op eenzaamheid en sociale contacten

Uit recent onderzoek onder het Groninger Panel blijkt dat 81% van de Groningers aangeeft dat de coronacrisis belangrijke gevolgen heeft voor het sociale leven en de sociale contacten. 1 op de 5 Groningers (20%) voelt zich door corona vaker eenzaam (Sociaal Planbureau Groningen, 2021). Bij studenten (18+’ers met een studentinkomen) en mensen met een slechte gezondheid slaat de eenzaamheid meer dan twee keer zo vaak toe.

Van de mensen van 18 jaar en ouder die bij (groot)ouders, familie of verzorgers inwonen is 40% naar eigen zeggen eenzamer geworden door de coronacrisis. Dit percentage is opmerkelijk, omdat thuiswonenden in andere omstandigheden het minst vaak eenzaam zijn, in vergelijking met mensen in andere huishoudens (CBS-enquête Sociale samenhang & Welzijn, 2020). Alleenstaanden en alleenstaande ouders hadden voor de coronacrisis het vaakst sterke gevoelens van eenzaamheid (CBS, 2020). Ook bij deze huishoudens zijn de eenzaamheidsgevoelens nu meer dan gemiddeld toegenomen.

Kijken we naar leeftijdsgroepen, dan blijken vooral jongeren (18 t/m 34 jaar) eenzamer te zijn geworden door ‘corona’. Bij ouderen (65+ en ook 75+) leidt de coronacrisis het minst vaak tot (grotere) eenzaamheid. Kennelijk slagen ouderen er beter in om in coronatijden hun sociale leven op het oude (al dan niet door hen zelf gewenste) peil te houden.

Vertrouwen in instituties en anderen

Vertrouwen in maatschappelijke instellingen en de overheid is een belangrijk voor brede welvaart, het is van essentieel belang voor de sociale samenhang en het functioneren van de samenleving. Vertrouwen in anderen is belangrijk om prettig te leven maar ook vanuit de samenleving gedacht is vertrouwen belangrijk voor de onderlinge samenwerking en hulpbereidheid.

De Regionale monitor Brede Welvaart laat zien dat 63,1% van de Nederlanders vertrouwen heeft in de tweede kamer, politie en rechters (percentage is een gemiddelde van de drie genoemde instituten). In Groningen ligt dit met 59,9% iets lager. Sinds 2012 is het vertrouwen in instituties toegenomen met enkele procentpunten, van 55,2% in 2012 naar 59,9% in 2019. Enkel in Flevoland en Limburg is het vertrouwen in instituties lager. Het vertrouwen in anderen ligt in Groningen op eenzelfde niveau als het vertrouwen in instituties. In 2019 gaf 59,5% van de inwoners aan dat andere mensen over het algemeen te vertrouwen zijn. Het vertrouwen in anderen is de afgelopen jaren licht toegenomen (57,7% in 2012).

Weinig vertrouwen in instituties die zich bezighouden met schade en versterking

Het vertrouwen van Groningers in instituties heeft een flinke knauw opgelopen door de aardbevingen als gevolg van de gaswinning. In onderzoek van Gronings Perspectief onder het Groninger Panel zien we een gemiddeld laag vertrouwen in instituties die zich bezighouden met de schadeafhandeling (IMG) en de versterkingsoperatie (NCG). Nog minder vertrouwen hebben Groningers in de NAM. De ondervraagde Groningers hebben het meeste vertrouwen in de brandweer/ veiligheidsregio, gevolgd door de verschillende lagen van de overheid. De onderzoekers van Gronings Perspectief concluderen dat er nog veel werk nodig is om het vertrouwen te herstellen, met name gericht op de zeer kwetsbare groepen, zoals bewoners met langdurige schade en ouderen in de versterkingsoperatie (Stroebe et al., 2021).

Vrijwilligerswerk

Hoeveel mensen actief zijn als vrijwilliger is een belangrijke indicator van de sociale samenhang en voor de brede welvaart. Vrijwilligerswerk zorgt ervoor dat veel mensen de hulp en ondersteuning kunnen krijgen die ze nodig hebben. Daarnaast geeft het doen van vrijwilligerswerk ook veel voldoening en een gevoel van deelnemen aan de samenleving. De verwachting is dat vrijwilligerswerk in de toekomst nog belangrijker wordt door vergrijzing en overheidsbeleid.

De Regionale monitor Brede Welvaart laat zien dat in 2019 iets minder dan de helft van de Groningers vrijwilligerswerk deed (48,9%). Hiermee staat Groningen in de middenmoot van alle provincies (landelijk 46,7%). Overigens loopt het aandeel van de bevolking dat vrijwilligerswerk doet wel terug. In Midden- en West Groningse gemeenten is de vrijwilligersgraad het hoogst, en het laagst is deze in Oldambt, waar 39% van de Groningers ouder dan 15 jaar vrijwilligerswerk doet.

Van de leden van het Groninger Panel deed in 2017 43% vrijwilligerswerk. Omgerekend naar de totale Groningse bevolking zijn het ruim 205 duizend personen die vrijwillig actief zijn. Ongeveer een kwart van de panelleden had in 2017 nog nooit vrijwilligerswerk gedaan. De inzet van vrijwilligers is bovengemiddeld onder 65-74 jarigen en onder inwoners van het platteland. Ook valt op uit de data van het Groninger Panel dat het overgrote deel van de vrijwilligers een hoog opleidingsniveau heeft (60%). Als we kijken naar de sectoren waarin vrijwilligerswerk wordt gedaan dan zien we dat de meeste vrijwilligers zich inzetten voor een sportvereniging of de kerk/moskee/levensbeschouwelijke groepering. Groningers doen het minst vaak vrijwilligerswerk bij vakbonden en organisaties op het gebied van wonen en huurdersbelangen.

Meer Groningers denken en praten actief mee over plannen voor hun directe woonomgeving

Overheden vinden het van belang dat inwoners betrokken worden bij gemeentelijk beleid, en bieden steeds meer ruimte aan inwoners om met eigen ideeën en initiatieven te komen om de eigen woonomgeving te verbeteren. We zien in Groningen een toename van het aandeel inwoners dat actief meedenkt of meepraat over plannen voor hun directe woonomgeving (van 31% in 2017 naar 40% in 2018). Vooral oudere leeftijdsgroepen en hoger opgeleiden denken en praten vaker actief mee over plannen voor de buurt. Dit komt minder voor onder jongvolwassenen, lager opgeleiden en de lagere inkomensgroepen.

Van alle Groningers geeft circa twee derde aan dat zij het belangrijk vinden om inspraak en zeggenschap te hebben bij plannen voor hun dorp of wijk.  De manier waarop de meeste panelleden betrokken willen worden is door informatie te ontvangen over plannen voor hun dorp of wijk en daarbij in de planvorming mee te kunnen meedenken (54%). Een kwart van de panelleden neemt genoegen met alleen informatie. De behoefte om alleen geïnformeerd te worden is wat hoger onder Jongvolwassenen en 75-plussers, lager opgeleiden en panelleden met een lager inkomen. Zij hebben minder behoefte aan het (financieel) mee beslissen.

Een veranderde samenleving, waarin inwoners meer invloed willen en zelf zaken willen oppakken die betrekking hebben op hun leefomgeving (straat, wijk, buurt of dorp), vraagt om een overheid die dit samenspel tussen inwoners, politiek en openbaar bestuur goed kan faciliteren. Actuele maatschappelijke opgaven als de energietransitie, vergrijzing, implementatie van de Omgevingswet of bijvoorbeeld de krapte op de woningmarkt, vergroten de noodzaak tot het verdiepen en verbreden van de kennis om dit samenspel vorm te geven.

Indicatoren thema Samenleving – monitor Brede Welvaart Groningen

Om zicht te krijgen op de sociale samenhang bestaat het thema samenleving in de Regionale Monitor Brede Welvaart (RMBW) van CBS uit vier indicatoren, namelijk: het contact met familie, vrienden of buren, het vertrouwen in instituties, het vertrouwen in mensen onderling en het aandeel inwoners dat vrijwilligerswerk doet. We vullen deze indicatoren aan met regionale inzichten vanuit onderzoeken onder het Groninger Panel. In het bijzonder splitsen we het vertrouwen in instituties uit voor in Groningen relevante instellingen zoals IMG en NCG en voegen we de kwalitatieve waardering van Groningers voor hun sociale contacten toe.

Medewerker

Femke de Haan

onderzoeker

Delen via social media

Delen via social media

Betrokken medewerkers

Femke de Haan

onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
  • Twitter

Marja Janssens

onderzoeker-adviseur

  • Mail
  • LinkedIn
  • Twitter

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Brede Welvaart

Maatschappelijke opgaven vragen om brede blik op welvaart

Brede Welvaart

Krimp nauwelijks van invloed op toekomstplannen vmbo-jongeren

Brede Welvaart

Monitor Brede Welvaart Groningen binnenkort van start

In onze alledaagse werkelijkheid staat welvaart voor veel méér dan alleen ons inkomen of het bruto binnenlands product. We kijken daarom tegenwoordig ook veel breder, namelijk naar de Brede Welvaart. Het is een nieuwe manier van kijken naar de samenleving. Integraal, met oog voor alles wat voor onze inwoners van waarde is: hoe schoon de lucht is

Brede Welvaart

Sociaal Planbureau Groningen brengt maatschappelijke waarde in beeld

Steeds meer maatschappelijke organisaties krijgen te maken met de vraag wat hun maatschappelijke waarde en impact is. Ze moeten laten zien welke impact hun activiteiten of interventies uiteindelijk hebben op inwoners en in de maatschappij. En soms moeten ze dit uitdrukken in geld. Gemeenten en andere financiers vragen daarom. Het draait niet alleen

Brede Welvaart

Meeste jongvolwassenen willen in Noorden blijven wonen

Jongvolwassenen in Groningen, Drenthe en Fryslân willen relatief vaak verhuizen, maar het liefst blijven ze in de regio wonen. Bijna twee derde van de jongvolwassenen (18-34 jaar) geeft aan binnen een straal van 5 kilometer van hun huidige woonplaats te willen blijven. Dit blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van het Sociaal Planbureau Groningen,

Publicaties

Brede Welvaart

Rapport over de verbondenheid van vmbo-jongeren in Oost-Groningen en Het Hogeland met de regio

Brede Welvaart

Terugblik webinar over woontrends in Noord-Nederland

Brede Welvaart

Feitenblad Wonen voor jongvolwassenen in Noord-Nederland