Regionale spreiding

Waar wonen jongvolwassenen met lage inkomens en waar hun ouders? Landelijke vergelijkingen van het CBS (2018) en het SCP (2016) laten zien dat vooral in grotere gemeenten relatief veel gezinnen met een hoog risico op armoede wonen. Echter, vooral in het noordoosten van het land zijn veel kleinere gemeenten met een bovengemiddeld aandeel arme gezinnen. We brengen hier inzicht in de regionale spreiding van gezinnen met lage inkomens in de Veenkoloniën. Deze analyse brengt de sociaaleconomische positie van kinderen in verband met de sociaaleconomische positie van de ouders.

In het kort

  • In de Veenkoloniën hadden de gemeenten Hoogezand-Sappemeer en Pekela het hoogste aandeel personen met risico op armoede. De gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn hadden het kleinste aandeel mensen met een laag inkomen (in 2014).
  • Met name in het noorden van de Veenkoloniën was een concentratie van armoede onder jongvolwassenen, en dan vooral in Hoogezand-Sappemeer en Veendam.
  • Zowel de ‘arme’ jongvolwassenen als hun ‘arme’ ouders waren geconcentreerd in het noordelijke deel van de Veenkoloniën.

Regionale spreiding van ‘arme’ gezinnen in de Veenkoloniën

Aan de hand van ruimtelijke analyses hebben we in kaart kunnen brengen waar arme gezinnen in de Veenkoloniën voornamelijk wonen. Kaart 1 laat de regionale spreiding van gezinnen met een laag-inkomen zien. Hoe donkerder de kleur in de kaart, hoe groter het aantal personen wonend in een huishouden onder de lage inkomensgrens. Dit is ten opzichte van het totale aantal personen die in de desbetreffende gemeente wonen.

De gemeenten Hoogezand-Sappemeer en Pekela vallen op. Beide gemeenten hadden in 2014 het hoogste percentage mensen met een laag inkomen, namelijk 11,5%. De gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn hadden de minste mensen met risico op armoede. Het aandeel personen met een laag inkomen lag hier op respectievelijk 6,2% en 7,1%.

In absolute aantallen woonden overigens in Emmen en Oldambt de meeste mensen met inkomen onder de lage-inkomensgrens. In Bellingwedde en Menterwolde woonden de minste ‘arme’ mensen. De cijfers betreffen het jaar 2014.

Ook binnen de gemeenten is het risico op armoede niet gelijkmatig verdeeld. Kaart 2 laat de verschillen op wijkniveau zien in de Veenkoloniën. Een aantal wijken met een opvallend hoog aandeel mensen met risico op armoede waren: Angelslo (19,3%, Emmen), Nieuweschans (17,0%, Oldambt), Hoogezand-Zuid (16,5%, Hoogezand-Sappemeer ), Emmermeer (16,5%) en Emmerhout (16%, beide in Emmen).

Regionale spreiding van jongvolwassenen met lage inkomens

Naast een analyse van het aantal personen in een huishouden met een laag inkomen is er ingezoomd op de populatie jongvolwassenen in de Veenkoloniën. Kaart 3 brengt financiële armoede bij jongvolwassenen in beeld. Dit geeft hetzelfde beeld als de regionale spreiding van het totaal aantal personen met een laag inkomen. De meeste jongvolwassenen met een hoog risico op armoede woonden in de gemeenten Emmen en Oldambt (absolute aantallen). In Menterwolde en Vlagtwedde woonden (in absolute aantallen) de minste 22-26 jarigen met een laag inkomen.

Ten opzichte van het totaal aantal jongvolwassenen per gemeente, is er met name in het noorden van de Veenkoloniën een concentratie van armoede onder 22-26 jarigen (kaart 4). In Hoogezand-Sappemeer en Veendam woonden ruim 15,5% van de 22-26 jarigen in een lage-inkomenshuishouden. In Borger-Odoorn zien we, net als bij de totale huishoudens met lage inkomens, de minste jongvolwassenen met een hoog risico op armoede (8,3%).

In de wijk Foxhol (voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer), woonde meer dan 20% van de jongvolwassenen in een huishouden met een laag inkomen. Ook in de wijken Foxham en Hoogezand-Noord (Hoogezand-Sappemeer), Angelso, Bargeres (beide in Emmen) en Veendam-Kern (in Veendam) observeren we een hoog aandeel jongvolwassenen met risico op armoede . Overigens hebben veel wijken geen vrijgegeven data in verband met privacy.

Waar wonen de ouders van de ‘arme’ jongvolwassenen?

Tot slot, zijn de jongvolwassenen die leven met een laag inkomen gekoppeld aan hun ouders. Kaart 5 en 6 geven inzicht inde regionale spreiding van de vaders en moeders van de jongvolwassenen. Deze ouders hebben zelf ook een laag inkomen. Omdat van veel ouders geen gegevens beschikbaar zijn, geven deze kaarten een indicatie van de spreiding, maar niet een volledig beeld.

Net als bij de ‘arme’ jongvolwassenen, zien we dat veel van hun ouders, die ook een laag inkomen hadden, woonden in het noordelijke deel van de Veenkoloniën. Vooral de gemeenten Veendam, Oldambt, Pekela en Hoogezand-Sappemeer vallen hier op. We zagen al dat veel ouders van ‘arme’ jongvolwassenen zelf vaak ook arm zijn (zie kind-ouder relaties). Uit deze ruimtelijke analyse blijkt ook dat zowel de ‘arme’ jongvolwassenen als hun ‘arme’ ouders in het noordelijke deel van de Veenkoloniën zijn geconcentreerd.

Informatie

Carola Simon (06 23667636, c.simon@sociaalplanbureaugroningen.nl)
Lianne Hans (06 53448109, l.hans@rug.nl)