Lage inkomens

Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt.

De lage-inkomensgrens voor Nederland ligt volgens de definitie van het CBS (2018) op € 1.030. Dit betreft het bedrag dat een eenpersoonshuishouden te besteden heeft na aftrek van belastingen en premies. Voor een echtpaar met twee kinderen ligt deze grens op € 1.930. De bedragen worden jaarlijks aangepast aan ontwikkelingen van prijzen. Hierdoor is het lage inkomen goed bruikbaar om vergelijkingen te maken over een langere periode.

In het kort

  • In de provincie Groningen hebben naar verhouding veel meer huishoudens (12,7%) een laag inkomen dan in heel Nederland (10,1%).
  • Binnen de provincie Groningen telt de gemeente Groningen naar verhouding de meeste huishoudens met een laag inkomen (14,7%); studentenhuishoudens zijn hierin niet meegeteld. In Zuidhorn en Ten Boer hebben relatief de minste huishoudens een laag inkomen.
  • Kijken we naar het wijkniveau, dan vallen de Korrewegwijk en de Oosterparkwijk in de gemeente Groningen op: hier heeft meer dan een kwart van de inwoners een laag inkomen. Buiten de stad Groningen ligt het percentage huishoudens met een laag inkomen het hoogst in Hoogezand-Zuid en Drieborg.

Laag inkomen en langdurig laag inkomen in de provincie Groningen

In de provincie Groningen hebben Groningen, Hoogezand-Sappemeer en  Appingedam het grootste aandeel particuliere huishoudens met een laag inkomen, respectievelijk 14,7% en 10,2% (voor zowel Hoogezand-Sappemeer en Appingedam). Dit zijn huishoudens die in 2016 onder de lage-inkomensgrens leven. In 2016 lag de lage-inkomensgrens voor een alleenstaande op 1030 euro per maand. Boor bijvoorbeeld een eenoudergezin met twee minderjarige kinderen ligt de grens op 1560 euro per maand. Opvallend is dat Appingedam in de afgelopen twee jaar een relatief hoge stijging kent van het aantal huishoudens met een laag inkomen, terwijl vrijwel in alle andere gemeenten de trend dalend is.

Langdurende armoede (4 jaar of langer rondkomen van een laag inkomen) komt relatief minder vaak voor, maar ook binnen deze cijfers zien we dat de meeste huishoudens leven in Groningen en Hoogezand-Sappemeer. (resp. 7,4 en 4,7%). In deze gemeenten huisvesten ook meer huishoudens met een laag inkomen dan het landelijk gemiddelde. In Zuidhorn en Bedum wonen de minste huishoudens met een (langdurig) laag inkomen.

De trends laten zien dat het aandeel huishoudens met een kortdurend laag inkomen daalt in vrijwel alle gemeenten, behalve in de gemeenten Appingedam en Slochteren. Ten opzichte van 2011 hebben de meeste gemeenten nog steeds een hoger aandeel huishoudens met een laag inkomen.

Opvallend is dat het aandeel huishoudens met een kortdurend laag inkomen wel daalt, maar dat het aandeel huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen wel stijgt. Alleen in Bedum en Ten Boer is er een lichte daling te zien. Mensen die leven van een bijstandsuitkering verkeren relatief vaker in een situatie van een langdurig laag inkomen. Over het algemeen leven eenoudergezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaanden onder de AOW-leeftijd vaker van een laag inkomen.

Het langdurig leven van een laag inkomen heeft niet alleen invloed op de hetgeen een huishouden kan kopen, maar vaak ook op andere aspecten van het welzijn. Zo kunnen mensen met een laag inkomen eerder in sociaal isolement belanden. Ook kan het de gezondheid van mensen beïnvloeden.

gerelateerd

medewerkers