Ontwikkelingen in (langdurig) laag inkomen

Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden (SCP 2018). Bijvoorbeeld wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft voor voeding of een goede woning. Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt.

In het kort

  • Er zijn meer huishoudens met risico op armoede in 2017.
  • In de provincie Groningen leven naar verhouding meer huishoudens met een laag inkomen dan in heel Nederland.
  • De stad Groningen is de gemeente met de meeste huishoudens die in armoede leven (zowel met een laag inkomen als een langdurig laag inkomen). Studentenhuishoudens zijn hierin niet meegeteld.
  • In Zuidhorn, Bedum en Ten Boer woonden in 2017 de minste huishoudens met risico op armoede.
  • Het aandeel huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen stijgt in de meeste Groninger gemeenten.

Wat is armoede?

Om te bepalen welke huishoudens arm zijn, hanteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de lage-inkomensgrens. In 2017 lag deze grens op € 1.040 voor een alleenstaande (CBS 2018). Het gaat hier om het bedrag dat een eenpersoonshuishouden te besteden heeft na aftrek van belastingen en premies. Voor een alleenstaande ouder met één kind lag deze grens op € 1.380 euro en voor een koppel met twee kinderen op € 1.960. Studentenhuishoudens en bewoners van instellingen, inrichtingen en tehuizen worden door het CBS buiten beschouwing gelaten. De bedragen worden jaarlijks aangepast aan ontwikkelingen van prijzen. Hierdoor is het lage inkomen goed bruikbaar om vergelijkingen te maken over een langere periode. De meest recente data zijn uit 2017.

In Groningen wonen naar verhouding meer mensen met een laag inkomen dan in Nederland

We spreken over een laag inkomen als mensen 1 jaar of langer onder de lage-inkomensgrens zitten. Mensen met een langdurig laag inkomen moeten 4 jaar of langer rondkomen van een laag inkomen. Ruim 27.000 huishoudens in de provincie Groningen leefden in 2017 onder de lage inkomensgrens. Dat is 10,7% van het totale aantal huishoudens. In Nederland lag dat percentage op 8,2%. In 2017 moesten 11.000 huishoudens in de provincie Groningen al ten minste vier jaar op rij rondkomen van een laag inkomen; dat komt neer op 4,7% van alle huishoudens. Het aandeel huishoudens in Nederland dat langdurig in armoede leeft lag lager, namelijk op 3,3%.

In 2014 had nog respectievelijk 3,7% (Groningen) en 2,7% (Nederland) van de huishoudens een langdurig laag inkomen. De toename komt voornamelijk doordat meer huishoudens langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Huishoudens die door toedoen van de economische crisis onder de streep zijn terechtgekomen, hebben zich hieraan niet altijd weten te onttrekken (CBS 2018).

Hoogste risico op armoede in de stad Groningen

Wat opvalt is dat de gemeente Groningen het hoogste percentage huishoudens met een laag inkomen heeft, namelijk 15,4%. Ook heeft de gemeente Groningen een hoger percentage huishoudens in armoede dan Rotterdam (15,1%) en Amsterdam (14,2%). Ook in Appingedam en Oldambt wonen naar verhouding veel huishoudens met een laag inkomen, respectievelijk 10,3% en 10,2% van het totaal aantal huishoudens in deze gemeenten.

In de gemeente Groningen zien we ook de meeste huishoudens die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen. Van alle huishoudens in de gemeente Groningen heeft 7,6% een groot risico op langdurende armoede. In Delfzijl is dat 4,3% en in Oldambt 4,2%.

In Zuidhorn, Bedum en Ten Boer wonen de minste huishoudens met risico op armoede. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt rond de 5% en met een langdurig laag inkomen op minder dan 2%.

Een landelijke vergelijking van het CBS (2018) laat zien dat vooral in grotere gemeenten relatief veel huishoudens met een hoger risico op armoede wonen. Maar vooral in het noordoosten van het land zijn juist veel kleinere gemeenten met een bovengemiddeld aandeel huishoudens met een laag inkomen. Ook bínnen gemeenten is het risico op armoede niet gelijkmatig per wijk en buurt verdeeld. Dit zien we ook in de provincie Groningen als we naar het wijkniveau kijken. De Korrewegwijk en de Oosterparkwijk vallen in de gemeente Groningen op: hier heeft meer dan een kwart van de inwoners een laag inkomen. Buiten de stad Groningen ligt het percentage huishoudens met een laag inkomen het hoogst in Hoogezand-Zuid en Drieborg.

Aandeel huishoudens met laag inkomen neemt toe

Wanneer we het aandeel huishoudens met een laag inkomen door de tijd bekijken dan zien we een wat fluctuerend beeld, maar over het algemeen een stijgende lijn. Van 2011 tot 2013 neemt in alle gemeenten het aantal huishoudens in armoede toe. Daarna zien we een afvlakking in vrijwel alle gemeenten tot 2016. Daarna is in de meeste gemeenten weer een toename van het aantal arme huishoudens te zien. Wat opvalt is dat Appingedam een relatief hoge stijging kent van het aantal huishoudens met een laag inkomen, namelijk van 7,1% in 2011 naar 10,3% in 2017 (een stijging van 3,2 procentpunten).

Het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen is bekend voor de jaren 2014 t/m 2017. In alle gemeenten neemt het aandeel huishoudens met een risico op langdurige armoede toe. De sterkste stijging zien we in de gemeente Groningen, van 6,1% in 2014 naar 7,6% in 2017. Mensen die leven van een bijstandsuitkering verkeren relatief vaker in een situatie van langdurige armoede (zie ook armoede bij risicogroepen). Dit zijn vaker eenoudergezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaanden net onder de AOW-leeftijd (CBS 2018).

gerelateerd