Kinderen in armoede

Kinderen en jongeren die opgroeien in armoede worden op alle levensgebieden belemmerd. Ze hebben of kunnen vaak dingen niet die voor anderen normaal zijn en ervaren vaker spanningen in het gezin. Opgroeien in armoede kan ten koste gaan van kansen in onderwijs en werk op latere leeftijd. Ook is armoede een risicofactor voor kindermishandeling.

In het kort

  • Het aandeel minderjarige kinderen dat opgroeit in armoede ligt in de provincie Groningen al jarenlang boven het landelijk gemiddelde.
  • In 2017 leefden meer dan 10.000 minderjarigen kinderen in armoede in de provincie Groningen, waarvan 4.000 kinderen langdurig.
  • Vooral in de gemeente Groningen, maar ook in de gemeenten Delfzijl, Appingedam en Pekela groeien naar verhouding veel minderjarige kinderen op in een gezin dat moet rondkomen van een laag inkomen.

In Groningen groeien meer kinderen op in armoede dan gemiddeld in Nederland

Naar verhouding groeien in de provincie Groningen veel kinderen op in armoede. In heel Nederland leefde in 2017 8,5% van de minderjarige kinderen in een gezin dat moest rondkomen van een laag inkomen; 3,5% daarvan deed dat langdurig. In de provincie Groningen was dat 10,2% van alle minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar), waarvan 4,2% langdurig. Het gaat dan in totaal om ruim 10.000 minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen en 4,000 kinderen in een huishouden met een langdurig laag inkomen.

De stad Groningen, Delfzijl, Appingedam en Pekela telden naar verhouding veel kinderen in armoede (>13%). Dit zijn ook de gemeenten waarin in 2017 naar verhouding de meeste kinderen woonden in huishoudens met een langdurig laag inkomen. Zuidhorn was in 2017 de gemeente met de minste kinderen in armoede, namelijk 3,7% van alle minderjarige kinderen. Ook in de gemeenten die direct aan de stad Groningen grenzen (m.u.v. Midden-Groningen) groeiden relatief weinig kinderen op in armoede (<5%).

Trend

Tussen 2011 en 2017 zien we in Nederland dat het aandeel minderjarige kinderen in armoede stijgt tot 2013. Daarna vlakt het aandeel weer af tot bijna het niveau van 2011, namelijk 8,5% in 2017. In de provincie Groningen zien we een gelijkvormige trend alleen blijven in 2017 meer kinderen in armoede wonen dan in 2011 (10,2% versus 8,7% in 2011). Het merendeel van de kinderen in armoede maakt deel uit van een bijstandsgezin. Volgens het CBS (2018) komt deze toename voornamelijk doordat meer huishoudens langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Huishoudens die door toedoen van de economische crisis onder de streep zijn terechtgekomen, hebben zich hieraan niet altijd weten te onttrekken.

In veel Groningse gemeenten volgt de ontwikkeling door de jaren deze van de provinciale en landelijke trend, maar de trendlijnen zijn ook variabel. In vergelijking met 2011 is het percentage kinderen in armoede het meest toegenomen in de gemeenten Delfzijl en Pekela (een toename van respectievelijk 4,5 en 3,4 procentpunten). In Zuidhorn, Bedum, Marum, De Marne en Grootegast was het aandeel kinderen in armoede in 2017 kleiner dan in 2011.

Risicogroepen

Kinderen met een migratie-achtergrond uit niet-westerse landen lopen verreweg het grootste risico op opgroeien in een gezin met een laag inkomen. Onder de niet-westerse allochtonen heeft het lage inkomen bovendien veel vaker een langdurig karakter, dat wil zeggen minimaal vier jaar achtereen. Dat het armoederisico hoger is, komt onder meer doordat niet-westerse huishoudens betrekkelijk vaak (langdurig) moeten rondkomen van een uitkering (CBS 2016).

gerelateerd

medewerkers