Beleidsmatige inkomensgrenzen

Het tegengaan van armoede vormt een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke beleid. Zo kunnen huishoudens die leven onder de lage-inkomensgrens vaak gebruik maken van een aantal regelingen bij hun gemeenten die het leven met een laag inkomen kunnen verlichten. De doelgroep voor het armoedebeleid wordt meestal vastgesteld ten opzichte van het sociaal minimum. Dit is het bedrag dat de overheid nodig acht om in het levensonderhoud te voorzien. Veel gemeenten gebruiken voor het bepalen van de doelgroep voor hun armoedebeleid een beleidsmatige inkomensgrens gelijk aan 110% of 120% van het sociaal minimum. Wat is de omvang van deze groepen in Groningen?

In het kort

  • In de provincie Groningen leven naar verhouding meer huishoudens met een laag inkomen dan gemiddeld in Nederland.
  • Ook het aandeel huishoudens die een inkomen hebben tot 110% en 120% van het sociale minimum ligt hoger in Groningen dan in Nederland als geheel.
  • De gemeenten Groningen, Appingedam, Oldambt en Stadskanaal hebben een bovengemiddeld aandeel huishoudens dat moet rondkomen in deze lage inkomensgroepen. Zuidhorn, Ten Boer, Haren en Bedum hebben de minste.

Meer huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum dan landelijk

In de provincie Groningen wonen naar verhouding meer huishoudens die moeten rondkomen van een inkomen onder de lage-inkomensgrens dan gemiddeld in Nederland (10,7% versus 8,2% in 2017). Dat geldt ook voor de huishoudens die een inkomen hebben tot 110% en 120% van het sociale minimum. Vooral de groep met een inkomen op 120% van het sociaal minimum ligt naar verhouding een stuk hoger in Groningen dan in Nederland, namelijk een verschil van bijna 4procentpunten. In Groningen komt 14,1% rond van een inkomen tot 110% van het sociaal minimum en 17,8% van een inkomen tot 120%. In Nederland is dat respectievelijk 11,1% en 14,1%.

Gemeenten vergeleken

De gemeenten Groningen (22,3%), Appingedam (19,3%), Oldambt (18,6%) en Stadskanaal (18,4%) hebben een bovengemiddeld aandeel huishoudens dat moet rondkomen van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Dezelfde gemeenten hebben ook relatief veel huishoudens in armoede.

Zuidhorn, Ten Boer, Haren en Bedum hebben de minste huishoudens die leven in deze lage inkomensgroepen. Rond de 7% heeft in beide gemeenten een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Daarbij leeft 8,9% van de huishoudens in Zuidhorn van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum; in de andere drie gemeenten is dat rond de 10%.