Uitstroom middelbaar beroepsonderwijs

Wat is de arbeidsmarktpositie in 2016 van mbo-schoolverlaters in schooljaar 2015/16? We bekijken CBS-cijfers van mbo-schoolverlaters en de uitstroom naar werk of een uitkering. In welke mate vergroot een diploma de kansen op werk en is een opleiding op mbo-2-niveau (startkwalificatie) nog voldoende om aan het werk te komen?

In het kort

  • 70% van de mbo-ers in arbeidsmarktregio Groningen ging in 2016 van school met een diploma.
  • Zonder diploma in Groningen minder kans op direct een baan dan gemiddeld in Nederland.
  • Ongeveer driekwart van de mbo-ers met een diploma op niveau 2 heeft snel een baan. Bij de gediplomeerden op niveau 3 en 4 is dit tussen 85 en 89 procent.

Met diploma eerder aan het werk

In schooljaar 2015-16 waren er zo’n 5.640 mbo-schoolverlaters in de arbeidsmarktregio Groningen. Zij stonden op 1 oktober 2015 op het bekostigd mbo ingeschreven en volgden op 1 oktober 2016 géén bekostigd onderwijs meer. Van deze schoolverlaters hebben ongeveer 3.970 een diploma gehaald (70%, landelijk is het ook 70%).

De figuur laat zien welk deel van de mbo-schoolverlaters (met en zonder diploma) werk heeft gevonden en welk deel in oktober 2016 een uitkering. Zoals te verwachten stromen jongeren met een diploma op zak vaker uit naar werk en ontvangen zij minder vaak een uitkering, dan jongeren zonder diploma. De uitstroom naar werk van mbo-schoolverlaters zonder diploma is in de arbeidsmarktregio Groningen lager dan in Nederland (respectievelijk 57% en 63%).

Bijna driekwart van de schoolverlaters op mbo-2-niveau heeft snel een baan

De meeste mbo-schoolverlaters uit arbeidsmarktregio Groningen komen vanuit een mbo-3- of mbo-4-opleiding (respectievelijk 33% en 40%). Tweeëntwintig procent van de mbo-schoolverlaters volgde een opleiding op niveau 2. Een veel kleiner aandeel (ongeveer 5%) heeft een niveau 1-opleiding gedaan. De landelijke percentages verschillen hier nauwelijks van.

Een derde van de Groninger schoolverlaters met een diploma op mbo-1-niveau belandt in eerste instantie in een uitkeringssituatie. Bijna de helft heeft vrijwel direct werk. De mbo-2-schoolverlaters doen het beter: 13% heeft een uitkering, bijna driekwart werkt. Een mbo-2-opleiding wordt gezien als een startkwalificatie, die voldoende perspectief biedt op werk. Schoolverlaters met niveau mbo 2 hebben weliswaar meer kans op werk dan schoolverlaters met niveau mbo 1, maar hun directe arbeidsperspectief is minder gunstig dan voor schoolverlaters met niveau 3 en 4.

Voor Groninger schoolverlaters met een mbo-1- of mbo-2-opleiding geldt dat de uitstroom naar werk op korte termijn minder groot is dan landelijk. Er zijn relatief meer schoolverlaters die eerst in een uitkeringssituatie terecht komen. Bij mbo-3- en mbo-4-schoolverlaters zien we minder verschillen tussen Groningen en de landelijke situatie wanneer we de uitstroom vergelijken. Van de Groninger schoolverlaters met een mbo-3-diploma had 88% direct na de opleiding werk (landelijk 89%). Bij de schoolverlaters met mbo 4 was het percentage werkenden 85% (landelijk 87%).

Grootste uitstroom bij zorg en welzijn met grote kans op werk

De verschillende mbo-opleidingen zijn geclusterd in 16 domeinen. Een domein bestaat uit verschillende beroepsgroepen en een beroepsgroep bestaat weer uit een aantal verwante beroepen. Een voorbeeld: tot het domein zorg en welzijn horen beroepsgroepen zoals doktersassistent, tandartsassistent, mbo-verpleegkundige en pedagogisch werk. Binnen de beroepsgroep pedagogisch werk zijn weer beroepen gedefinieerd, waaronder onderwijsassistent en pedagogisch medewerker kinderopvang.

In de volgende figuur is weergegeven hoeveel Groninger mbo-schoolverlaters in 2015-2016 met een diploma van school kwamen. Ook is aangegeven welk percentage werk had vlak na het verlaten van de opleiding en welk percentage een uitkering kreeg.

Verreweg de grootste groep schoolverlaters is afkomstig van een opleiding binnen het domein zorg en welzijn. Een groot aandeel (90%) van deze circa 1.300 gediplomeerde schoolverlaters heeft na het voltooien van de opleiding een baan gevonden (per 1 oktober 2016). De domeinen informatie en communicatietechnologie, media en vormgeving en economie en administratie scoren veel lager wat betreft aandeel werkenden vlak na afronding van de studie, maar het gaat hierbij ook om veel kleinere aantallen.