Diploma’s wetenschappelijk onderwijs

Ook voor het wetenschappelijk onderwijs geldt dat, net als bij het mbo en hbo, dat de diplomagegevens alleen per school of (administratieve) hoofdvestiging beschikbaar zijn. Het is niet mogelijk om iets over het woongebied van de leerling te zeggen. De algemene gegevens over deelname per studieonderdeel zijn wel beschikbaar per woongebied (zie Leerlingen hoger onderwijs). Omdat de gegevens over gediplomeerden die we hier presenteren alleen op schoolniveau beschikbaar zijn, beperken we ons hier tot de landelijke cijfers. Net als in het hbo bestaat de mogelijkheid voor studenten in het wo om op verschillende niveaus een diploma te behalen, de bachelor- en de masteropleiding. In het wetenschappelijk onderwijs ben je na 3 jaar (wo-)bachelor. Na de bachelorfase is de wetenschappelijke opleiding nog niet afgerond. In de masterfase volgt de specialisatie en wordt de student voorbereid op de arbeidsmarkt of een wetenschappelijke carrière. 

In het kort

  • Zowel in 2012 als in 2016 studeren de meeste wo-ers af in een studie in het onderdeel gedrag en maatschappij.
  • Er zijn nauwelijks verschillen in de keuze voor de diverse onderdelen wanneer 2012 en 2016 worden vergeleken.
  • De studies in de onderdelen natuur, techniek en economie hebben relatief de meeste mannelijke studenten.

De meeste wo-gediplomeerden hebben studie op het gebied van gedrag en maatschappij gedaan

De populairste studies in het wetenschappelijk onderwijs zijn op het gebied van gedrag en maatschappij. Zowel in 2012 als in 2016 hebben dan ook de meeste gediplomeerden in dit onderdeel hun studie gedaan. Het aandeel is in 2016 overigens wel iets lager dan in 2012 (resp 21% en 23%). Het kleinste aandeel diploma’s is in het onderdeel onderwijs. Net als bij de hbo-gediplomeerden verschillen de cijfers voor de jaren 2012 en 2016 maar marginaal.

Verdeling man/vrouw per onderdeel

In de onderstaande visualisaties is te zien dat de studies op het gebied van natuur, techniek en economie het meest populair zijn bij mannen. Bij techniek is 74% van de studenten man. Bij gedrag en maatschappij en gezondheidszorg is rond de 70% van de gediplomeerden vrouw.