Wonen en leven met aardbevingen

 Mensen doen de ‘knikkertest’: na elke beving is het weer de vraag welke kant de knikker op rolt die je op de vloer legt.

Dit citaat van een van de inwoners geeft een goede eerste indruk hoe de situatie voor de inwoners van het aardbevingsgebied van Groningen is. Elke dag worden de mensen met de gevolgen van de aardbevingen geconfronteerd. Door het meemaken van een aardbeving zelf, de schade die deze bevingen aan de huizen veroorzaken, het gehele proces van schadeafhandeling. Maar ook het feit dat de aardbevingen het leven van de mensen volledig beheerst; het is en blijft ‘het gesprek van de dag’, de erkenning door de overheid en de angst en onzekerheid. Dit onderzoek beschrijft de beleving en de meningen van de bewoners zelf; met welke problemen hebben ze te maken en welke oplossingsrichtingen zien ze.

>Lees hier het gehele onderzoeksrapport

Centrale thema’s

In dit onderzoek zijn de meningen, knelpunten en oplossingsrichtingen van burgers weergegeven over het wonen en leven met aardbevingen. Via gesprekken in 11 versnellingskamers (digitale brainstormsessies) met in totaal 163 deelnemers en workshops tijdens 4 grotere bijeenkomsten (maximaal 125 deelnemers per bijeenkomst) zijn ideeën en aangedragen oplossingen op een kwalitatieve manier verzameld. Er blijken vijf centrale thema’s die de impact van de aardbevingen op het leven van de inwoners in het bevingsgebied bepalen:

  1. Schadeafhandeling en procedures
  2. Waarde en verkoopbaarheid woning
  3. Vertrouwen en onbegrip
  4. Gevoelens van onveiligheid, onrust en boosheid
  5. Woonomgeving en leefbaarheid

Schadeafhandeling en procedures

De schadeafhandeling en de procedures daaromheen geven de bewoners van het aardbevingsgebied veel zorg en frustratie. De grootste frustratie betreft de onduidelijkheid over criteria en behandeling van wat precies de aard en omvang van de schade is. De trage en slepende procedures geven mensen het gevoel dat de aardbevingen en alles wat daarmee samenhangt hun leven volledig beheerst. Elkaar tegensprekende experts maken dat bewoners twijfelen aan hun expertise, objectiviteit en onafhankelijkheid.

Bewoners geven aan dat de aardbevingen een gevolg zijn van de gaswinning, en dat de beoordeling van schade dus breder getrokken moet worden dan alleen schade door de aardbevingen. Schade als gevolg van bodemverzakking en andere gevolgen van de gaswinning moeten ook gehonoreerd worden. Feitelijk gaat het over gaswinningsproblematiek, en niet (alleen) over aardbevingsproblematiek. Men maakt zich zorgen over het feit dat er alleen oog lijkt te zijn voor zichtbare (kosmetische) schade bovengronds, en niet voor schade aan funderingen en ondergrondse infrastructuur. Dit raakt niet alleen aan goede schadeafhandeling, maar ook aan het veiligheidsgevoel.

Huurders voelen zich achtergesteld en niet gezien. Vooral het feit dat schadeafhandeling en herstel via de verhuurder loopt maakt hen onmachtig en onzeker. De schadevergoeding gaat naar de woningbouwverenigingen, terwijl de huurders een huurverhoging boven het hoofd hangt terwijl ze wel extra kosten maken als gevolg van de gaswinning en aardbevingen. Dat voelt onrechtvaardig.

Jongeren denken en voelen niet veel anders dan volwassenen over de aardbevings- en gaswinningsproblemen. Zij hebben qua schade meer oog voor de gevaren en gevaarlijke situaties waarin zij terecht (kunnen) komen dan voor de afhandelingsprocedures.

Waarde en verkoopbaarheid woning

Hoewel de waardevermindering en slechte verkoopbaarheid van huizen mede veroorzaakt wordt door krimp en economische crisis, lijkt de waardedaling van huizen in deze regio nog eens extra groot te zijn ten opzichte van huizen in andere regio’s. Veel woningeigenaren vragen zich af of ze nog wel moeten investeren in hun woningen nu ze de waarde van hun huizen zien dalen en het algemene gevoel is dat de mensen niet weg kunnen omdat hun huis onverkoopbaar is.

Toch is er in algemene zin wel een drive om het gebied leefbaar te houden. Door krimp is er al sprake van leegloop, dit hoeft door verpaupering van huizen niet verder aangewakkerd te worden. Het snel herstellen van schade is daarom belangrijk. Mensen wonen er graag. Er is daarom vooral behoefte aan compensatieregelingen, op maat en onder regie van een onafhankelijke partij.

Ook bij huurders in de regio is er behoefte aan compensatie omdat zij geen beroep kunnen doen op de €4.000,- regeling, terwijl zij wel te maken krijgen met kosten voor herstelwerkzaamheden en met huurverhogingen. Dat voelt onrechtvaardig.

Er is grote behoefte aan individuele regelingen. Of het nu gaat om het compenseren van waardevermindering, het opkopen van huizen of het compenseren van huurverhogingen. Voor al die regelingen geldt dat er vooral op maat gekeken moet worden waar een bewoner behoefte aan heeft. Dat er een keuze gemaakt kan worden op basis van de eigen behoefte en dat er een onafhankelijke partij is die hierover met de bewoners in gesprek gaat.

Vertrouwen en onbegrip

De bewoners hebben weinig tot geen vertrouwen meer in de overheid. Mensen voelen zich niet gehoord en zich niet serieus genomen. Het gebrek aan vertrouwen heeft onder meer te maken met de politieke onzichtbaarheid. De (landelijke) overheid wordt als passief gezien die geen duidelijke stelling neemt in de aardbevingenproblematiek. Het gevoel heerst dat de overheid de kant van de NAM kiest en geen volledige verantwoordelijkheid neemt. Ook het vertrouwen in de Nationaal Coördinator Groningen is niet groot, met name door zijn grote aantal nevenfuncties.

Een deel van het wantrouwen is ontstaan door onduidelijke communicatie vanuit de overheid en NAM. Er is een gevoel ontstaan dat niemand de waarheid spreekt of zijn afspraken nakomt. Daarbij voelen de bewoners zich niet rechtvaardig behandeld. Zo is het voor inwoners van het aardbevingsgebied niet mogelijk om een rechtsbijstandsverzekering af te sluiten. En worden mensen zelf verantwoordelijk gesteld voor aardbeving gerelateerde schade. Dit betekent dat bewoners uit het aardbevingsgebied niet meer gelijk behandeld worden met andere mensen in Nederland.

Hoe kan dit vertrouwen (enigszins) worden hersteld? De bewoners hebben hiervoor ideeën aangedragen. De meeste ideeën waren gericht op het herstel van vertrouwen door betere communicatie, onafhankelijkheid en betrokkenheid van bewoners.

Gevoelens van onveiligheid, onrust en boosheid

Bovenstaande beschreven problemen en knelpunten zorgen voor gevoelens van onveiligheid, angst, onzekerheid en onrust. De mensen voelen zich niet meer veilig in hun eigen huis. Tegelijk maken ze zich veel zorgen in hoeverre de aardbevingen gevolgen hebben voor de chemische industrie in Delfzijl en hoe het gesteld in met de veiligheid van de dijken.

Deze gevoelens uiten zich in bepaald gedrag. Sommige grootouders durven hun kleinkinderen bijvoorbeeld niet meer te laten komen logeren, of andersom, kleinkinderen zijn zo geschrokken van een aardbeving dat ze niet meer bij opa en oma durven langs te komen. Een aantal moeders met jonge kinderen geeft aan dat ze angstig zijn als de kinderen op school zitten: “is de school wel aardbevingsbestendig”, “ben ik op tijd bij de school als er een grote aardbeving plaatsvindt”. Ook durft een aantal mensen niet meer op vakantie omdat ze bang zijn hoe ze hun woning zullen aantreffen bij terugkomst. En veel mensen maken zich boos over het nog steeds negeren van de noodzaak van veiligheid.

Het gevoel heerst dat mensen ‘niet meer vrij zijn in de keuzes die men wil maken. Daarbij zijn de aardbevingen en de gevolgen daarvan een probleem dat constant aanwezig is en het leven van veel van de mensen beheerst. Dit heeft invloed op de gezondheid van veel mensen, zowel in psychische als fysieke zin. Zowel woningeigenaren als mensen met een huurwoning ervaren deze gevoelens.

Kortom, het vergroten van de veiligheid is een must voor het gebied. Dit kan door een goed plan van aanpak te maken voor het versterkingsprogramma in samenwerking met de bewoners. Verder worden genoemd: erken de psychische problemen, betrek de zorgsector en zorg voor een laagdrempelig zorgloket dat vergoed wordt door de verzekering. Verder is het voor de bewoners van belang dat gezorgd wordt voor toegankelijke juridische hulp en dat informatie op een goede manier wordt gedeeld. Maar dé oplossing is de gaskraan dicht.

Woonomgeving en leefbaarheid

Volgens de bewoners staat de leefbaarheid van het gebied onder druk door de aardbevingen. Door de aardbevingen vertrekken mensen uit het gebied en er komen geen of nauwelijks nieuwe mensen terug. Gevolg is een versterking van de krimp, leegstand van gebouwen, minder voorzieningen en bedrijven en daardoor weer minder werkgelegenheid. Daarnaast gaat het ook om het woongenot, de aantasting van het cultureel en landschappelijk erfgoed en het imago van het gebied. De bewoners maken zich ernstig zorgen over het negatieve beeld van de regio dat door de media naar buiten wordt gebracht. De mensen geven aan bang te zijn voor een kettingreactie aan gevolgen.

Toch wonen de meeste mensen nog met veel plezier in Groningen, ondanks de aardbevingen en de schade aan de woningen. Ze ervaren het wonen in Groningen als prettig, hebben hier hun sociale contacten en binding en willen eigenlijk niet vertrekken.

De deelnemers aan de bewonersavonden en versnellingskamers noemen een groot aantal oplossingsrichtingen om de leefbaarheid in het gebied te bevorderen en ook om mensen in het gebied te laten blijven. Van leefbaarheidsplannen, gebiedsplannen en dorpsbudgetten tot het inschakelen van boegbeelden zoals Jan Mulder, Arjen Lubach en Bert Visscher, om de regio weer positief op de kaart te zetten. Ook wordt de inzet van duurzame energie, zoals zonnepanelen en warmtepompen, als een van de belangrijkste oplossingen gezien om het gasverbruik te verlagen.

Mocht er extra geld beschikbaar komen voor het herstellen en leefbaar houden van het gebied dan zien we een aantal aspecten, in willekeurige volgorde, terugkomen:

  1. Aardbevingsbestendig maken van woningen en gebouwen
  2. Alternatieve energie en verduurzaming van de panden
  3. Bevorderen van werkgelegenheid, regionale economie
  4. In stand houden van voorzieningen, uiteenlopend van jeugdvoorzieningen, zorgvoorzieningen, sport en commerciële voorzieningen
  5. Behoud van het culturele erfgoed
  6. Mobiliteit en infrastructuur.

Voor de bewoners is het prioriteit om het aardbevingsgebied een gezicht te geven en beter op de kaart te zetten. De genoemde ideeën en oplossingen bieden daar een goede voorzet toe.

Tot slot

Vrijwel alle ruim 600 deelnemers aan de Versnellingskamers en bewonersavonden waren positief over het verloop van de bijeenkomsten. De mogelijkheid dat mensen hun stem konden laten horen en hun gevoelens en emoties konden uiten werden zeer op prijs gesteld. Tegelijk waren er ook sceptische en boze reacties. Vooral over het onrecht dat de mensen wordt aangedaan en om het feit dat sommige mensen dusdanig veel schade aan hun huis hebben dat ze totaal geen uitweg of kansen meer zien.

We zien nagenoeg geen verschillen tussen gemeenten wat betreft de impact op het persoonlijke leven. In alle 9 gemeenten ervaren mensen dezelfde problemen. Wel is het zo dat in gemeente De Marne een aantal deelnemers aangeeft dat de impact voor hen meevalt. Reden is het feit dat hun huis aan de rand van het aardbevingsgebied ligt, ze weinig tot geen schade aan de woning hebben en door het minder frequent waarnemen van aardbevingen ze geen gevoelens van onveiligheid en onzekerheid ervaren.

De verhalen van bewoners maken duidelijk dat de leefbaarheid in het gebied zwaar onder druk staat. Er dienen additionele instrumenten te worden ingezet om deze leefbaarheid te bevorderen. Dit is bovenop de maatregelen als schadeherstel en de versterkingsopgave. Via een denktank van en met bewoners kunnen deze additionele instrumenten worden uitgewerkt. Het is zaak om bewoners te blijven betrekken. De overheid en NAM zijn volgens de bewoners nu aan zet om gehoor te geven aan alle oplossingsrichtingen die zijn aangedragen. Hier wordt door de bewoners met enige scepsis naar gekeken, maar dit kunnen de eerste stappen zijn richting herstel van vertrouwen.

Samenwerking en onderzoeksgebied

Het onderzoek maakt onderdeel uit van een grootschalig woningmarktonderzoek in het aardbevingsgebied dat is gedaan door OTB Onderzoek voor de gebouwde omgeving van de Technische Universiteit Delft in samenwerking met CMO STAMM en Sociaal Planbureau Groningen in 2015. De opdracht werd verstrekt door de Dialoogtafel Groningen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in 9 gemeenten die ten tijde van het onderzoek werden afgebakend als het aardbevingsgebied van Groningen. Te weten: Appingedam, Bedum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Loppersum, Slochteren, Ten Boer, Winsum. De verdiepende gesprekken met bewoners zijn gehouden in oktober en november 2015.