Hoeveel invloed hebben Groningers op hun directe leefomgeving?


De Raad voor Openbaar Bestuur stelde onlangs vast dat veel gemeenten op lokaal niveau experimenteren met nieuwe democratievormen, waarbij mensen direct invloed kunnen uitoefenen op belangrijke beslissingen in hun wijk of straat (Raad voor Openbaar Bestuur, 2017). Ook in de provincie Groningen zien we steeds meer voorbeelden van ‘burgerzeggenschap’ in wijken en dorpen. Bewoners die actief invloed uitoefenen in hun eigen omgeving, om zo de directe woonomgeving mooier of leefbaarder te maken. Informele vormen van democratische betrokkenheid.

De nieuwe Omgevingswet, die vanaf 2019 in gaat, doet ook een groot beroep op de betrokkenheid van burgers bij hun leefomgeving. Burgers krijgen meer verantwoordelijkheden en mogelijkheden voor het benutten en beschermen van die leefomgeving. De Omgevingswet biedt burgers ook uitdrukkelijk de mogelijkheid om zelf initiatieven te ontplooien (SCP, 2016), waarbij de overheid de rol kan hebben van de geïnteresseerde betrokkene aan de zijlijn of de facilitator die coacht en verbindt, maar niet de regie (over)neemt (Provincie Groningen, 2016).

In april 2017 hebben we het Groninger Panel over dit onderwerp bevraagd. In hoeverre voelen inwoners van Groningen zich betrokken bij hun leefomgeving en bij de gemeente? Zien mensen het zitten om zelf initiatieven te ontplooien ter verbetering van de leefomgeving? Willen ze (in de toekomst) direct invloed uitoefenen op belangrijke beslissingen in hun wijk of dorp? In totaal hebben 2.616 panelleden de vragenlijst ingevuld (56%).


naar de PDF

Verantwoording

In het kort

  • Een kwart van de Groningers vindt dat ze voldoende invloed kan uitoefenen op hoe hun leefomgeving er uit ziet. Ruim een derde (37%) vindt dat niet
  • Bijna één op de drie Groningers denkt of praat momenteel wel eens mee over plannen in de wijk. De manier waarop ze meedenken/meepraten, is vooral door actief betrokken te zijn bij dorpsbelangen/dorpsraden en door het onder de aandacht brengen van ideeën bij de gemeente.
  • Veruit de meeste Groningers wensen (actief) betrokken te worden bij plannen voor hun directe woonomgeving (88%). Een op de acht Groningers (12%) wenst niet betrokken te worden; onder laagopgeleiden ligt dit iets hoger (21%).
  • Veel bewoners vinden ‘digitale participatie’ een geschikte vorm om betrokken te worden bij plannen in dorp of wijk. Hoger opgeleiden willen vaker actief meedenken dan lager opgeleiden.
  • De wijze waarop burgers betrokken (willen) worden in hun dorp of wijk is niet voor iedereen gelijk. Ze verschillen in stijl van betrokkenheid. Deze bieden aanknopingspunten voor de overheid om bewoners te betrekken bij het beleid en met hen te communiceren.
     

Is gemeente klaar om meer aan burgers over te laten?

Bewoners krijgen steeds meer verantwoordelijkheden en mogelijkheden voor het benutten van de eigen leefomgeving. Dit gebeurt vooral op lokaal niveau. Volgens de Raad voor Openbaar bestuur pakken veel bewoners hun rol als democratische participant op (ROB, 2017).

Om te achterhalen hoe dit in Groningen is, is aan de panelleden gevraagd of hun gemeente klaar is om meer aan de bewoners over te laten. Meer dan de helft weet niet of hun gemeente daar klaar voor is (57%). Een deel (16%) vindt dat hun gemeente er klaar voor is, tegen 28% die dat niet vindt. In 2015 is dezelfde vraag voorgelegd aan het Groninger Panel. Bijna drie kwart van alle panelleden (72%) wist (toen) niet of hun gemeente er klaar voor is om meer aan inwoners over te laten (figuur 1). Groningers lijken er meer gevoel bij te krijgen.

Figuur 1: Is uw gemeente klaar om meer aan inwoners zelf over te laten? (N= 2.566 (2017), N=1.595 (2015))

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Huidige invloed van bewoners op leefomgeving; vooral meedenken

De mate waarin inwoners invloed kunnen hebben op hun directe leefomgeving kan worden weergegeven als een ‘trap van eigenaarschap’. Hoe hoger op die ladder, hoe meer invloed bewoners uitoefenen en regie voeren (figuur 2).

We hebben het Groninger Panel gevraagd of ze voldoende invloed uit kunnen oefenen op hoe hun leefomgeving eruit ziet (dorp of wijk). Een kwart van de Groningers vindt dat ze voldoende invloed kan uitoefenen, 37% vindt dat niet en de overige 40% heeft daar geen mening over. Bijna vier op de tien Groningers heeft zich in de afgelopen twee jaar wel eens actief ingespannen voor een kwestie die van belang is voor hun gemeente, voor een bepaalde groep in de gemeente of voor hun buurt.

Figuur 2: Trap van eigenaarschap

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Meebeslissen over plannen in dorp of wijk

Er zijn verschillende manieren waarop bewoners invloed kunnen uitoefenen. Met ‘meebeslissen’ is de invloed van bewoners groot.
Van alle respondenten geeft 35% aan dat er zaken zijn waarover ze mee kunnen beslissen (figuur 3). De zaken waarover ze aangeven mee te kunnen beslissen betreffen hoofdzakelijk de inrichting van openbare ruimte, zoals groen en speelvoorzieningen.

Echter, de kanttekening die meerdere panelleden hierbij maken is dat ze het meer ervaren als ‘invloed op de besluitvorming’ dan dat ze echt kunnen ‘meebeslissen’. Dit zou kunnen verklaren waarom de helft van de panelleden antwoordt niet te weten of er zaken zijn waarover ze mee kunnen beslissen.

Figuur 3: Zijn er zaken waarover u als bewoner kunt meebeslissen in uw gemeente? (N=2.566)

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Meedenken of meepraten over plannen in dorp of wijk

We hebben de panelleden enkele stellingen voorgelegd over betrokkenheid en zeggenschap over de directe leefomgeving. Ruim de helft van de panelleden (56%) vindt dat ‘een goede bewoner mee moet denken over de inrichting van de woonomgeving’ en ruim driekwart van de panelleden (77%) vindt ‘het nodig betrokken te zijn bij plannen van de gemeente die van invloed zijn op de manier waarop wij wonen’.

Om te achterhalen welk deel van de Groningers ook daadwerkelijk meedenkt of meepraat over hun directe woonomgeving, hebben we het panel hierover een tweetal vragen voorgelegd. Een derde van de panelleden (31%) geeft aan op enige manier mee te denken of praten over plannen in de directe leefomgeving. 69% van de panelleden niet. Meedenken en meepraten, als wijze van invloed uitoefenen, komt overeen met de middelste trede op de trap van eigenaarschap. Nadere analyse wijst uit dat naarmate men hoger opgeleid is, men meer mee denkt of praat over plannen in dorp of wijk (figuur 4).

Figuur 4: Denkt of praat u wel eens mee over plannen in uw dorp of wijk?, naar opleidingsniveau (N=2.566)

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Hoe denkt of praat men momenteel mee? De voornaamste manier waarop de panelleden meedenken en praten over lokale plannen is door actief betrokken te zijn bij dorpsbelangen/ dorpsraden (46%) en door ideeën onder de aandacht brengen bij de gemeente (38%) (figuur 5). Onderstaande figuur laat tevens zien dat deze manier de meeste respondenten aanspreekt.

Figuur 5: Wijze waarop men meedenkt of meepraat over lokale plannen (N=2.566)

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Welke invloed en betrokkenheid wensen Groningers?

In voorgaande paragraaf is beschreven hoe Groningers op dit moment invloed op hun leefomgeving hebben. We hebben de respondenten ook gevraagd of en hoe ze meer betrokken willen worden bij de inrichting van hun directe leefomgeving. Hieruit blijkt dat de meeste inwoners in meer of mindere mate actief betrokken willen worden bij plannen voor hun directe woonomgeving (88%).

Een derde van de respondenten vindt daarnaast dat bewoners meer zelf moeten doen en minder een beroep moeten doen op de overheid (32%). Ook vindt ruim de helft dat de inspraak van bewoners op het bestuur van gemeente en provincie groter moet worden (54%).

De wijze waarop de meeste panelleden betrokken wil worden bij plannen in hun dorp of wijk is door zich erover te laten ‘informeren’ (67%) en ‘meedenken’ (47%). Dit komt overeen met de onderkant van de trap van eigenaarschap. Het animo voor ‘meebeslissen’ over waar de gemeente haar geld aan besteedt is 28%. 10% zou graag met medebewoners de dorps/wijkbudgetten beheren. We zien duidelijke opleidingsverschillen; hoger opgeleiden willen meer/vaker meedenken over hoe de inrichting van hun dorp en wijk eruit ziet, dan de lager opgeleiden (52% tegenover 28%) (figuur 6).

Er zijn ook bewoners die niet betrokken willen worden. Een op de acht panelleden geeft aan niet betrokken te willen worden bij plannen in hun dorp of wijk. Een vijfde van de laagopgeleiden (21%) wenst niet betrokken te worden tegenover 8% van de hoogopgeleiden.

Figuur 6: Op welke manier zou u betrokken willen worden bij plannen in uw dorp of wijk? Ik wil…. (N=1.394)

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Digitale participatie

Aan de respondenten die betrokken willen worden bij plannen in hun dorp of wijk is gevraagd wat voor hen de meest geschikte vorm is. Er is een ruime voorkeur voor digitale participatie (48%). Dit is een vorm waarbij bewoners op uitnodiging online meedenken met de gemeente (figuur 7).

Wijk- en dorpsraden (26%) volgen daarop als meest geschikte vorm, gevolgd door netwerken van sleutelfiguren (9%). In wijk- en dorpsraden zitten actieve bewoners die vrijwillig de gemeenschappelijke belangen van de inwoners van hun dorp zo goed mogelijk dienen. Ze zijn vaak gesprekspartner van de gemeente en een aanspreekpunt voor de inwoners. Netwerken en sleutelfiguren zijn actieve bewoners die weten wat er speelt en die inwoners en organisaties bij elkaar te brengen rondom actuele thema’s.

Voor een deel van de panelleden is de meest geschikte vorm afhankelijk van het onderwerp en geven ze de voorkeur aan een combinatie van bovengenoemde vormen. Onderstaande figuur laat tevens nog een aantal andere vormen zien die voor panelleden meer geschikt lijken.

Figuur 7: Wat is voor u de meest geschikte vorm om betrokken te worden bij plannen in uw dorp of wijk? (N=2.566)

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Verschillen in burgerschapsstijlen; betrokkenheid ‘actieve burgers’ groot

Het onderzoeksbureau Motivaction deelt de Nederlandse bevolking in op basis van opvattingen, houding en gedrag en komt tot vier burgerschapsstijlen¹. Deze burgerschapsstijlen onderscheiden zich in de manier waarop mensen tegen de overheid en de maatschappij aankijken en in de rol die ze in de maatschappij willen spelen (Motivaction).

De wijze waarop burgers betrokken (willen) zijn bij hun buurt of dorp, is volgens Motivaction inherent aan de burgerschapsstijl waartoe zij gerekend worden. Zo spreken voor ‘afhankelijke burgers’ buurtwachten en schoonmaakacties meer aan dan het meedenken en praten over plannen. Dit laatste past qua vorm van buurtbetrokkenheid het beste bij de ‘actieve burgers’ en passen cociale en culturele ontmoetingsplekken qua vorm bij de ‘afwachtende burgers’.

Voor de ‘afzijdige burgers’ spreken buurtbarbecues en actief zijn op school en speeltuinen het meeste aan (Krakers, 2010). Zij voelen zich maatschappelijk en politiek niet betrokken en zijn voor de overheid bijzonder moeilijk te bereiken (CTD, 2001)

De vier burgerschapsstijlen zijn in de vorm van vier stellingen aan de Groninger panelleden voorgelegd, waarbij is gevraagd welke van die stellingen het beste bij hun opvattingen past. De meeste respondenten scharen wij onder ‘actieve burgers’ (35%), gevolgd door de ‘afhankelijke burgers’ (34%) en de ‘afwachtende burgers’ (30%). De ‘afzijdige burgers’ zijn met 1% ondervertegenwoordigd onder de respondenten.

Tabel 1: Burgerschapsstijlen Groninger Panel (N=2.309)

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

Als we de antwoorden van respondenten volgens de indeling van deze burgerschapsstijlen bekijken, zien we een aantal opvallende verschillen. Zo zien we dat naarmate panelleden zich meer betrokken vóelen, ze daadwerkelijk meer deelnemen aan vormen van democratische betrokkenheid (tabel 2). Van de panelleden die vallen onder de ‘actieve burgers’ denkt en praat 48% lokaal mee over plannen in hun dorp of wijk en wil 87% online meepraten. Van de groep ‘afhankelijke burgers’ en ‘afwachtende burgers’ denken en praten respectievelijk 18% en 25% daarover mee. Van de respondenten valt maar een kleine groep (25 personen) onder de ‘afzijdige burgers’. Van hen denken en praten slechts 2 mee over de plannen van hun wijk of dorp. Dit lijkt daarmee dus inderdaad niet de meest aansprekende vorm van buurtbetrokkenheid voor deze groep.

Bekijken we de gewenste invloed en betrokkenheid op de leefomgeving, dan zien we een vergelijkbaar beeld. Van de panelleden die vallen onder de ‘actieve burgers’ vindt 77% dat de inspraak op het bestuur van gemeente en provincie groter moet worden. Van de groep ‘afwachtende burgers’ en de ‘afhankelijke burgers’ vindt respectievelijk 61% en 34% dat.

Naarmate panelleden zich minder betrokken vóelen, willen ze vaker niet deelnemen aan vormen van democratische betrokkenheid zoals betrokken te worden bij plannen in hun dorp of wijk. Van de panelleden die vallen onder de ‘actieve burgers’ wil slecht 2% niet betrokken worden bij plannen in dorp of wijk. Van de groep ‘afhankelijke burgers’ wil 24% niet betrokken worden. Van de 25 panelleden die vallen onder de ‘afzijdige burgers’ willen 7 niet betrokken worden (28%) (tabel 2).

Tabel 2: Invloed op leefomgeving naar burgerschapsstijl (N=2.309)

Bron: Groninger Panel, april 2017
 

We zien hiermee in Groningen dat de groep ‘actieve burgers’ vaker deel (willen) nemen aan informele vormen van democratische betrokkenheid dan de andere drie groepen. Ze vinden dat de inspraak groter moet worden en willen meer (online) meepraten dan de andere groepen.

Dit komt overeen met het landelijk beeld van Motivaction. De wijze waarop burgers betrokken (willen) zijn bij hun buurt of dorp, is inherent aan de burgerschapsstijl waartoe zij worden gerekend.

Burgerschapsstijlen bieden duidelijke aanknopingspunten voor gemeenten om bewoners te betrekken bij beleid en met hen te communiceren. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid constateert echter dat overheden zich nog te eenzijdig richten op een bepaald type burger: de actieve burgers (WRR, 2012). Ze adviseert om in vormen van overheidscommunicatie veel meer rekening te houden met deze verschillen in stijl.
 

Tot slot

Kunnen Groningers voldoende invloed uitoefenen op belangrijke beslissingen in hun wijk of straat? Hebben ze het gevoel dat ze voldoende invloed uit kunnen oefenen? Ruim een derde van de respondenten vindt dat ze niet voldoende invloed uit kan oefenen, in tegenstelling tot 23%, die vindt dat ze wel voldoende invloed uit kan oefenen.

We zien bewoners die actief betrokken zijn en actief invloed uit (willen) oefenen in hun eigen omgeving, om zo de directe woonomgeving mooier of leefbaarder te maken. Dit is wat maatschappelijke democratie wordt genoemd, het deel van de democratie waarin inwoners zelf invloed uitoefenen (CMO STAMM, 2017).

Hoe pakken bewoners hun rol als democratische participant op? Ongeveer een derde van de Groninger panelleden denkt en praat nu mee over plannen in hun wijk of dorp. Echter, de manier waarop bewoners betrokken (willen) worden is niet voor iedereen gelijk.

Een vijfde van de laagopgeleiden wenst niet betrokken te worden bij de plannen, bij de hoogopgeleiden is dat slechts een twaalfde. Daarnaast zijn er ook verschillen in stijl van democratische betrokkenheid. Deze zgn. burgerschapsstijlen bieden duidelijke aanknopingspunten voor gemeenten om bewoners te betrekken bij beleid en met hen te communiceren. Om alle doelgroepen te bereiken, zullen verschillende vormen nodig zijn.
 

Literatuur

CMO STAMM (2017) Democratische broedplaats Groningen/Drenthe. CMO STAMM, Groningen

Commissie Toekomst Overheidscommunicatie (2001). In dienst van de democratie. Bijlage 5a. Burgerschapsstijlen en overheidscommunicatie. Commissie Toekomst overheidsparticipatie, Den Haag.

Krakers, A. (2010). Burgerschapsstijlen.

Provincie Groningen (2016). Omgevingsvisie Provincie Groningen, 2016-2020. Provincie Groningen, Groningen.

Raad voor Openbaar bestuur (2017). Democratie is méér dan politiek alleen. Burgers aan het roer in hun leefwereld. ROB, Den Haag.

Schoemaker, R. ,Lampert, M, van der Lelij, B. Basisrapport burgerschapsstijlen. Motivaction, Amsterdam.

SCP (2016). Niet buiten de burger rekenen. Over randvoorwaarden voor burgerbetrokkenheid in het nieuwe omgevingsbestel. SCP, Den Haag

Siegers, A. (2016). Weg met die participatieladder? Datishelder!, Steenwijk

WRR (2012). Vertrouwen in de buurt. WRR, Den Haag.

 

Informatie

Marja Janssens
m.janssens@sociaalplanbureaugroningen.nl
06-12 747 82 8

 

Femke de Haan
f.dehaan@sociaalplanbureaugroningen.nl
06 52589614

 

Juli 2017 - Sociaal Planbureau Groningen

 

¹We gebruiken hier de ‘oude’ typering burgerschapsstijlen. 

 
 
 
 
Delen via social media